Praktijkcase A73: resultaten van het FIBRA-onderzoek
Op de A73 bij Roermond legden BAM en Rijkswaterstaat binnen het FIBRA-project een proefvak aan met vier mengsels. De opzet, resultaten en conclusies.
Een van de meest uitgebreide praktijktests met vezelversterkt asfalt in Nederland vond plaats op de A73 bij Roermond, als onderdeel van het Europese FIBRA-project. Dit artikel loopt door de opzet, resultaten en conclusies van dit onderzoek.
Achtergrond van het project
FIBRA (Fostering the implementation of fibre reinforced asphalt mixtures by ensuring its safe, optimized and cost-efficient use) was een CEDR-onderzoeksproject, uitgevoerd door een consortium van vijf onderzoeksinstellingen en twee industriële partners uit zes landen, waaronder BAM en Rijkswaterstaat in Nederland. Doel: de technische kennisgaten wegnemen die National Road Administrations (NRA's) terughoudend maakten om vezelversterkt asfalt breder toe te passen.
De testlocatie
BAM en Rijkswaterstaat legden in de laatste week van augustus 2020 een proefvak aan op de A73, op de zuidbaan direct na de Tunnel Swalmen, ter hoogte van Roermond. Het traject kent 2 rijstroken en 1 vluchtstrook, met circa 50.000 voertuigen per werkdag.
De vier geteste mengsels
Het proefvak bestond uit vier varianten van dezelfde toplaag van een tweelaags poreus asfalt (2L-PA 8):
• Sectie 1 — Referentie met PMB (Styrelf); 330 m; hectometrering 23.600-23.270.
• Sectie 2 — Referentie met pen-bitumen + cellulosevezel; 350 m; hectometrering 23.270-22.920.
• Sectie 3 — PAN-vezel (Panacea), 0,15%; 350 m; hectometrering 22.920-22.570.
• Sectie 4 — Aramidevezel (Twaron 1080), 0,05%; 320 m; hectometrering 22.570-22.250.
Belangrijkste resultaten
• Productietemperatuur. De vezelversterkte mengsels werden geproduceerd op circa 159-165°C, tegenover circa 181°C voor het PMB-referentiemengsel — een verschil van 15-20°C.
• Mechanische prestaties. Alle vier de mengsels voldeden ruim aan de Nederlandse eisen voor waterdrainage (Becker-test), longitudinale evenheid en schuurweerstand. De PMB-referentie presteerde iets beter op indirecte treksterkte in het laboratorium, maar dit vertaalde zich niet in een merkbaar verschil in praktijkprestatie op de weg.
• Schuurweerstand. De vezelversterkte secties (met name PAN en aramide) presteerden tijdens de eerste drie weken na openstelling zelfs iets beter dan de PMB-referentie.
• Geluid. CPX-metingen na 12 weken toonden verwaarloosbare verschillen tussen alle vier de mengsels.
• Visuele inspectie. Na drie maanden verkeersbelasting waren alle vier de secties in goede staat, zonder zichtbare schade.
• Milieu-impact. De levenscyclusanalyse toonde aan dat het PMB-mengsel de hoogste milieu-impact had op cradle-to-gate niveau (meer dan 10% verschil in Milieukostenindicator), terwijl dit verschil over de volledige levenscyclus (cradle-to-grave) terugliep tot minder dan 4%.
Langetermijnmonitoring
De testsecties op de A73 worden door BAM in samenwerking met Rijkswaterstaat langjarig gevolgd, met video-inspecties gepland op jaar 2 en jaar 5, aanvullend op het reguliere jaarlijkse monitoringsprogramma van Rijkswaterstaat voor visuele inspectie en schuurweerstand.
Conclusie van het onderzoek
Het FIBRA-onderzoek concludeerde dat poreus asfalt succesvol kan worden versterkt met synthetische vezels (zowel polyacrylonitril als aramide), met vergelijkbare praktijkprestaties als het gangbare PMB-mengsel, tegen een lagere productietemperatuur en milieu-impact — zonder dat aanpassingen aan bestaande productie- of legapparatuur nodig waren.
Tot slot
De A73-praktijkcase is een van de meest gedetailleerd gedocumenteerde praktijktests met vezelversterkt asfalt in Europa, en vormt een stevige onderbouwing voor de toepassing van aramide- en PAN-vezel in poreus asfalt op zwaarbelaste rijkswegen.