Geluidsreducerend asfalt: soorten, geluidsreductie en het effect van vezels

Vezelversterkt asfalt16 juli 202611 min leestijdPortretfoto van Niels HilverinkGeschreven door Niels Hilverink

Welke soorten geluidsreducerend asfalt zijn er, hoeveel dB(A) stiller zijn ze en wat zijn de nadelen? Plus de CPX-metingen op de A73: wat vezelversterking doet met de geluidsprestatie van ZOAB.

Geluidsreducerend asfalt, ook stil of geluidsarm asfalt genoemd, is een deklaag met een open of semi-open poriënstructuur die het rolgeluid tussen band en wegdek dempt. In Nederland gaat het om ZOAB (circa 2 tot 3 dB(A) stiller dan dicht asfaltbeton), tweelaags ZOAB (circa 4 tot 6 dB(A)) en dunne geluidsreducerende deklagen (indicatief 2 tot 4 dB(A)).

Vezelversterking tast die poriënstructuur niet aan. CPX-metingen op de A73 toonden maximaal 0,4 dB(A) verschil tussen aramidevezelmengsels en de PMB-referentie: verwaarloosbaar klein en niet hoorbaar voor weggebruikers. Hieronder vindt u de soorten naast elkaar in een tabel, de nadelen van stil asfalt, hoe een CPX-meting werkt en wat de A73-cijfers betekenen.

Wat is geluidsreducerend asfalt?

Geluidsreducerend of stil asfalt is een verzamelnaam voor asfaltmengsels die het contactgeluid tussen band en wegdek dempen; in de volksmond heet het ook fluisterasfalt. De bekendste vorm is ZOAB (zeer open asfaltbeton), dat volgens Rijkswaterstaat sinds 1990 de standaarddeklaag op rijkswegen is; daarvoor was dat dicht asfaltbeton. Daarnaast zijn tweelaags ZOAB en dunne geluidsreducerende deklagen gangbaar.

Ter referentie: een reductie van 3 dB(A) komt akoestisch overeen met een halvering van de geluidsenergie, vergelijkbaar met het effect van een halvering van de verkeersintensiteit. Voor wegbeheerders die aan geluidproductieplafonds moeten voldoen, is de wegdekkeuze daarmee een van de krachtigste knoppen om aan te draaien.

Het verschil tussen de soorten zit vooral in de toplaag: hoe fijner de steenslag aan het oppervlak en hoe opener de structuur, hoe minder bandentrillingen en luchtpompgeluid. Rijkswaterstaat noemt tweelaags ZOAB circa 2 dB stiller dan (duurzaam) ZOAB, en tweelaags ZOAB fijn nog eens circa 1 dB stiller dan gewoon tweelaags ZOAB. De tabel zet de soorten stil asfalt naast elkaar; de waarden zijn indicatief en hangen af van mengsel, snelheid en voertuigtype.

Soorten geluidsreducerend asfalt vergeleken (indicatieve waarden, reductie ten opzichte van dicht asfaltbeton)
SoortOpbouwHolle ruimteGeluidsreductie t.o.v. DABTypische toepassing
Dicht asfaltbeton (DAB), referentieDichte deklaagLaag (enkele procenten)0 dB(A), referentieWegen zonder specifieke geluidseis, plekken met wringend verkeer
Eenlaags ZOABOpen deklaag van circa 50 mm, steenslag 11/16Circa 20%Circa 2 tot 3 dB(A)Standaard op rijkswegen buiten de bebouwde kom
Tweelaags ZOABFijne toplaag van circa 25 mm (4/8) op een grove onderlaag van circa 45 mm (11/16)Circa 20%Circa 4 tot 6 dB(A)Rijkswegen langs woonbebouwing en andere plekken met strenge geluidseisen
Tweelaags ZOAB fijnAls tweelaags ZOAB, met een toplaag van nog fijnere steenslag (bijvoorbeeld 2/6)Circa 20%Indicatief 5 tot 7 dB(A), circa 1 dB(A) meer dan tweelaags ZOABRijkswegen met de strengste geluidseisen (volgens Rijkswaterstaat de vierde generatie stil wegdek)
Dunne geluidsreducerende deklaagSemi-open deklaag van 20 tot 30 mmTussen DAB en ZOAB inIndicatief 2 tot 4 dB(A)Provinciale en gemeentelijke wegen, ook binnen de bebouwde kom

Waarom de poriënstructuur bepalend is

De geluidsreductie van een open wegdek berust op twee mechanismen. Ten eerste absorberen de onderling verbonden holtes een deel van het rolgeluid. Ten tweede voorkomen ze het zogenoemde luchtpompeffect: bij een dicht wegdek wordt lucht in het bandprofiel samengeperst en met een plof weer losgelaten, bij een open wegdek kan die lucht in de poriën wegvluchten. Beide effecten staan of vallen met een intacte, open poriënstructuur — een structuur die ook na jaren verkeersbelasting behouden moet blijven.

Nadelen van geluidsreducerend asfalt

Tegenover de geluidswinst staan nadelen die bij de wegdekkeuze meewegen:

• Kortere levensduur. Duurzaam ZOAB gaat volgens Rijkswaterstaat op de rechterrijstrook circa 11 jaar mee en op de minder belaste linkerrijstrook circa 17 jaar. De fijne toplaag van tweelaags ZOAB is het kwetsbaarst en vraagt doorgaans het eerst onderhoud.

• Rafeling. In een open mengsel hebben de stenen minder onderlinge contactpunten. Onder wringend verkeer (kruispunten, rotondes, krappe bochten) laten ze daardoor sneller los; op zulke plekken wordt vaak voor een dichte deklaag gekozen.

• Dichtslibben. Vuil en slijtsel vullen de poriën geleidelijk, waardoor geluidsreductie en waterafvoer teruglopen. Periodiek reinigen houdt de werking langer op peil.

• Winterdienst. Strooizout zakt deels weg in de poriën, waardoor gladheidsbestrijding op een open wegdek een aangepaste strooiaanpak vraagt.

• Minder winst bij lage snelheid. Bij personenauto's wordt het band-wegdekgeluid pas boven indicatief 30 tot 50 km/u de belangrijkste geluidsbron; daaronder overheersen motor- en aandrijfgeluid. Op wegen met lage snelheden en veel optrekkend verkeer levert een stil wegdek daardoor minder op dan op een snelweg.

Rafeling is het nadeel waar vezelversterking direct op aangrijpt: vezels houden de bitumenmortel rond het steenskelet langer samen. Dat roept wel de vraag op of vezels de geluidsreducerende werking aantasten. Meer over het herkennen en behandelen van rafeling en andere schade leest u in asfalt onderhoud en levensduur verlengen.

Tast vezelversterking de poriënstructuur aan?

Dat is de kernvraag voor iedereen die geluidsreducerend asfalt wil versterken: als vezels de holle ruimte zouden dichtslibben, zou dat ten koste gaan van zowel de waterafvoer als de geluidsreductie. Uit het Europese FIBRA-onderzoek naar vezelversterkt asfalt blijkt dat dit niet gebeurt. De vezelversterkte ZOAB-mengsels op de A73 behielden een open structuur en een luchtholtegehalte dat vergelijkbaar is met dat van reguliere mengsels, en alle secties voldeden ruim aan de Nederlandse eis voor waterdrainage (Becker-test).

Dat is verklaarbaar door de dosering: aramidevezels worden toegevoegd in een orde van grootte van ~0,05% van het mengselgewicht — circa 500 gram per ton asfalt, afhankelijk van mengsel en toepassing. De dunne vezels verdelen zich door de bitumenmortel rond het steenskelet en laten de holtes tussen de stenen intact. De vezels versterken dus de mortel, niet de poriën.

Hoe werkt een CPX-meting op een wegdek?

De geluidsprestatie van een wegdek wordt in Nederland doorgaans gemeten met de Close Proximity-methode (CPX), genormeerd in ISO 11819-2. Daarbij rijdt een meetvoertuig of -aanhanger met gestandaardiseerde banden en een vaste referentiesnelheid — op autosnelwegen doorgaans 80 of 100 km/u — over het wegdek, terwijl microfoons op circa 20 centimeter van het loopvlak het band-wegdekgeluid registreren. Omdat de microfoons dicht op de bron zitten, meet CPX vrijwel uitsluitend het rolgeluid — motorgeluid en omgevingslawaai spelen nauwelijks een rol.

Het resultaat is een geluidsniveau in dB(A) per wegvak, meestal gerapporteerd voor lichte voertuigen (CPXP) bij een referentiesnelheid. Zo zijn verschillende mengsels en wegvakken objectief met elkaar te vergelijken, en kan een beheerder de veroudering van een geluidsreducerend wegdek door de jaren heen volgen.

CPX-resultaten van de A73: vezels versus PMB

Binnen het FIBRA-project legden BAM en Rijkswaterstaat in 2020 op de A73 bij Roermond een proefvak aan met vier varianten van dezelfde tweelaags-ZOAB-toplaag (2L-PA 8): een referentie met polymeer gemodificeerd bitumen (PMB), een referentie met pen-bitumen en cellulosevezel, een mengsel met PAN-vezel en een mengsel met aramidevezel (Twaron, 0,05%). Twaalf weken na aanleg is de geluidsprestatie van alle secties gemeten met de CPX-methode. De volledige onderzoeksopzet leest u in de praktijkcase A73 met alle FIBRA-resultaten.

De CPXP-waarden voor lichte voertuigen op de rechterrijstrook:

• Referentie met PMB — 92,8 dB(A)

• Referentie met cellulosevezel — 92,9 dB(A)

• Aramidevezel — 92,5 dB(A)

Op de linkerrijstrook lagen de niveaus consistent circa 1,2 dB(A) lager — rond 91,3 dB(A) voor zowel de PMB-referentie als het aramidemengsel. Dat verschil tussen de rijstroken hangt samen met het intensievere (zware) verkeer op de rechterrijstrook, dat de bitumenhuid op het steenoppervlak sneller wegschuurt — een effect dat losstaat van het gekozen wapeningstype. Ook de PAN-vezelsectie week niet noemenswaardig af van de referenties.

Wat betekenen die cijfers?

Het maximale verschil tussen het aramidemengsel en de PMB-referentie bedraagt 0,3 tot 0,4 dB(A) — in het voordeel van de vezelvariant, maar zo klein dat het binnen de meetonzekerheid van de CPX-methode valt. Ter vergelijking: een verschil van 1 dB(A) is voor het menselijk oor nauwelijks waarneembaar. De conclusie van het onderzoek is dan ook helder: vezelversterking heeft geen negatief effect op de geluidsprestatie van een ZOAB-wegdek. Wie kiest voor aramidevezels die de poriënstructuur intact laten, levert niets in op de geluidsreductie waarvoor het mengsel is ontworpen.

Behoud van geluidsprestatie over de levensduur

Een geluidsreducerend wegdek is het stilst direct na aanleg. Daarna loopt de prestatie geleidelijk terug: poriën slibben dicht met vuil en slijtsel, en de bitumenmortel veroudert, verhardt en verliest steentjes aan het oppervlak (rafeling). Juist op dat verouderingsmechanisme grijpen vezels aan: ze houden de mortel in het steenskelet langer flexibel en samenhangend, waardoor rafeling later optreedt.

De verwachting uit het FIBRA-onderzoek is daarom dat vezelversterkte mengsels hun geluidsprestatie over een langere periode beter behouden dan onversterkte mengsels — al is dat een effect dat pas na jaren volledig meetbaar is. De A73-secties worden hiervoor langjarig gevolgd, met geplande inspecties in jaar 2 en jaar 5, aanvullend op het reguliere monitoringsprogramma van Rijkswaterstaat. Meer over hoe vezels de mortel beschermen leest u in het overzicht van de pillar vezelversterkt asfalt.

Wat betekent dit voor projecten met geluidseisen?

Langs rijkswegen gelden sinds 2012 wettelijke geluidproductieplafonds, en gemeenten en provincies rekenen het wegdektype via een wegdekcorrectie mee in hun geluidsmodellen en actieplannen geluid. In al die kaders telt de keuze van de deklaag dus direct mee in de vergunbare geluidsruimte van een weg.

Voor wegbeheerders die met die geluidseisen werken — bijvoorbeeld langs woonwijken of in het beheergebied van Rijkswaterstaat — is de praktische conclusie: de keuze voor vezelversterking in plaats van PMB is géén concessie aan de geluidsprestatie. Beide routes leveren een vergelijkbaar stil wegdek op, terwijl de vezelvariant aantoonbare nevenvoordelen heeft. Het aramidemengsel op de A73 werd geproduceerd op circa 165 °C tegenover circa 181 °C voor de PMB-referentie, en scoorde op cradle-to-gate-niveau meer dan 10% lager op de Milieukostenindicator (MKI). De volledige afweging tussen beide routes staat in de vergelijking aramidevezels versus PMB.

Voor aanbestedingen waarin zowel geluid als MKI in de EMVI-beoordeling meewegen, snijdt vezelversterkt geluidsreducerend asfalt dus aan twee kanten: gelijkwaardige akoestiek én een lagere milieuscore.

Vezelversterkt stil asfalt toepassen

Wilt u vezelversterking toepassen in geluidsreducerend ZOAB of een dunne geluidsarme deklaag? AsphaltX aramidevezels zijn gebaseerd op dezelfde Twaron-technologie als de vezels uit het FIBRA-onderzoek en worden met 2.000 filamenten per streng gelijkmatig door het mengsel verdeeld — zonder aanpassingen aan de asfaltcentrale of het legmaterieel. AsphaltX is geschikt voor ZOAB, SMA en dichtasfalt, wordt gedoseerd met 500 gram per ton asfalt en staat op de OPWA-lijst (BRL 9320 / NL BSB). Op de N337 tussen Zwolle en Deventer is deze aanpak in de Nederlandse praktijk toegepast op een provinciale weg.

Twijfelt u welke aanpak bij uw mengselontwerp en geluidseis past? Onze specialisten rekenen kosteloos mee met uw projectspecifieke offerte.

Veelgestelde vragen

Wat is geluidsreducerend asfalt?
Geluidsreducerend asfalt (stil of geluidsarm asfalt) is een deklaag met een open of semi-open poriënstructuur die het rolgeluid tussen band en wegdek dempt. De holtes absorberen een deel van het geluid en voorkomen het luchtpompeffect in het bandprofiel. De gangbare soorten zijn ZOAB, tweelaags ZOAB en dunne geluidsreducerende deklagen, afhankelijk van het type indicatief 2 tot 6 dB(A) stiller dan dicht asfaltbeton.
Wat zijn de nadelen van stil asfalt?
Stil asfalt gaat korter mee dan dicht asfalt (duurzaam ZOAB volgens Rijkswaterstaat circa 11 jaar op de rechterrijstrook), is gevoeliger voor rafeling bij wringend verkeer, slibt geleidelijk dicht en vraagt in de winter een aangepaste strooiaanpak. Bij lage snelheden levert het bovendien minder geluidswinst op. Vezelversterking is gericht op het remmen van rafeling, zonder de geluidsprestatie aan te tasten: op de A73 was het verschil met PMB maximaal 0,4 dB(A).
Is vezelversterkt ZOAB even stil als ZOAB met PMB?
Ja. CPX-metingen op de A73 binnen het FIBRA-project toonden maximaal 0,3 tot 0,4 dB(A) verschil tussen het aramidevezelmengsel en de PMB-referentie — binnen de meetonzekerheid en niet hoorbaar. Vezelversterking is akoestisch gelijkwaardig aan polymeer gemodificeerd bitumen. Lees de volledige meetopzet in de praktijkcase A73.
Wat is een CPX-meting van een wegdek?
Een CPX-meting (Close Proximity, ISO 11819-2) meet het band-wegdekgeluid met microfoons vlak naast een rollende referentieband op een meetvoertuig of -aanhanger. Omdat de microfoons dicht op de bron zitten, wordt vrijwel alleen het rolgeluid gemeten. Het resultaat in dB(A) maakt wegdekken en mengsels objectief vergelijkbaar en laat veroudering van geluidsreducerend asfalt volgen.
Hoeveel stiller is ZOAB dan gewoon asfalt?
Eenlaags ZOAB is circa 2 tot 3 dB(A) stiller dan dicht asfaltbeton (DAB); tweelaags ZOAB haalt circa 4 tot 6 dB(A) reductie en dunne geluidsreducerende deklagen indicatief 2 tot 4 dB(A). Ter referentie: 3 dB(A) reductie komt overeen met een halvering van de geluidsenergie. Zie ook wat ZOAB precies is.
Slibben vezels de poriën van geluidsreducerend asfalt dicht?
Nee. Aramidevezels worden gedoseerd rond ~0,05% van het mengselgewicht (circa 500 gram per ton, afhankelijk van mengsel en toepassing) en verdelen zich door de bitumenmortel rond het steenskelet. De holtes blijven open: de vezelversterkte A73-secties voldeden ruim aan de Nederlandse waterdrainage-eis en behielden een luchtholtegehalte vergelijkbaar met regulier ZOAB.
Welke vezel is geschikt voor stil asfalt?
Voor geluidsreducerend asfalt zijn aramidevezels de best onderbouwde keuze: ze zijn in het FIBRA-onderzoek in tweelaags ZOAB getest met gelijkwaardige geluidsprestatie als PMB, en laten de poriënstructuur intact. AsphaltX is op deze Twaron-technologie gebaseerd en vergt geen aanpassingen aan productie- of legapparatuur.

Deel dit artikel

Genoemde producten

AsphaltX® — Asfaltvezels
AramideAsfalt

AsphaltX®

2000 filamenten per aramide-streng — 19 miljoen vezels per ton asfalt. Laagste CO₂-voetafdruk, Europese productie.

  • TypeVezelmengsel aramide (Twaron®) + polyolefine
  • Lengte± 19 mm
  • TreksterkteTwaron 3000 MPa · polyolefine 483 MPa
  • Soortelijk gewichtTwaron 1,45 · polyolefine 0,91 g/cm³

Vragen over uw project?

Onze technisch adviseurs denken graag met u mee.

Neem contact op