Help mee asfalt van de toekomst te valideren
Vezelversterkt asfalt bewijst zich in de praktijk; nu is objectieve data aan de beurt. Dutch Fiber Trading zoekt validatievakken bij wegbeheerders en aannemers — dit is wat zo'n vak inhoudt en wat u ervoor terugkrijgt.
Een validatievak is een regulier wegvak waarin vezelversterkt asfalt onder echte verkeersbelasting wordt gevolgd met objectief asfaltonderzoek: boorkernen, valgewichtdeflectiemetingen, CPX-geluidsmetingen en visuele inspecties. Dutch Fiber Trading zoekt wegbeheerders en aannemers die zo'n vak willen aanleggen. Op de A73 bewees deze aanpak al dat aramidevezels de prestaties van PMB evenaren bij een circa 15–20 °C lagere productietemperatuur.
Waarom aanvullend asfaltonderzoek nodig is
De Nederlandse infrastructuur staat voor een forse uitdaging. Wegen moeten langer meegaan, onderhoudsbudgetten staan onder druk en tegelijkertijd groeit de behoefte om CO₂-uitstoot en grondstoffengebruik terug te dringen én het aantal asfaltmengsels te verminderen. Internationaal is veel onderzoek uitgevoerd naar aramidevezels in asfalt, met aangetoonde positieve effecten op spoorvorming, scheurvorming en levensduur. Ook in Nederland zijn inmiddels diverse wegen, rotondes en proefvakken gerealiseerd met vezelversterkt asfalt.
De praktijkervaringen zijn positief. Op de N337 tussen Zwolle en Deventer liet monitoring over 8 kilometer vezelversterkt wegdek 50% minder spoorvorming en 30% minder scheurvorming zien dan het referentievak, met een circa 30% langere verwachte levensduur. Visuele inspecties en reguliere monitoring op andere locaties bevestigen dat de constructies zich goed houden.
Nu wordt het tijd om die ervaringen verder te onderbouwen met objectieve meetdata. Niet alleen om prestaties te bevestigen, maar vooral om:
• levensduur nauwkeuriger te voorspellen en onderhoudsmaatregelen beter te plannen;
• constructies te optimaliseren en het aantal benodigde asfaltmengsels te reduceren;
• duurzaamheidswinst (MKI- en CO₂-reductie) cijfermatig inzichtelijk te maken;
• opdrachtgevers te ondersteunen bij onderbouwde investerings- en aanbestedingsbeslissingen.
Daarvoor zoeken we samenwerking met gemeenten, provincies, waterschappen, Rijkswaterstaat, aannemers, asfaltproducenten en kennisinstellingen.
Wat is een validatievak?
Een validatievak is een proefvak asfalt dat wordt aangelegd binnen regulier onderhoud of nieuwbouw, met daarnaast een referentievak in hetzelfde mengsel zónder vezels. Beide vakken krijgen dezelfde verkeersbelasting, ondergrond en weersinvloeden — het enige verschil is de vezel. Daardoor is elk gemeten verschil direct toe te schrijven aan de vezelversterking.
Het verschil met een klassiek proefvak zit in het meetprogramma. Waar een proefvak vaak alleen visueel wordt gevolgd, hoort bij een validatievak een vastgelegd meetplan met een nulmeting en periodieke vervolgmetingen. Zo ontstaat een dataset waarmee de validatie van de wegverharding ook voor derden — constructeurs, aanbestedende diensten, kennisinstellingen — bruikbaar en toetsbaar is.
Voor de aanleg zelf is geen speciaal materieel nodig. De vezel — bijvoorbeeld AsphaltX® op basis van Twaron®-aramide — wordt bij de asfaltcentrale aan de menger toegevoegd in een indicatieve dosering van circa 0,05%, ofwel zo'n 500 gram per ton asfalt, afhankelijk van mengsel en toepassing. Productie- en legapparatuur blijven ongewijzigd.
Zo ziet het meetprogramma eruit
Het meetplan wordt per project afgestemd op het wegtype en de onderzoeksvraag, maar bouwt op vier vaste pijlers.
Nulmeting bij aanleg
Tijdens en direct na de aanleg worden productietemperatuur, verdichting, laagdikte en vlakheid vastgelegd, samen met de mengselgegevens van de centrale. Deze nulmeting is het referentiepunt waartegen alle vervolgmetingen worden afgezet.
Boorkernen en laboratoriumonderzoek
Asfaltonderzoek met boorkernen geeft inzicht in wat er ín de constructie gebeurt. Uit het validatie- en referentievak worden kernen geboord voor laboratoriumproeven: stijfheid, weerstand tegen vermoeiing, indirecte treksterkte en waterschadegevoeligheid. Door dit bij aanleg en na enkele jaren te herhalen, wordt de veroudering van beide vakken vergelijkbaar in beeld gebracht. Boorgaten worden direct hersteld; de hinder voor het verkeer blijft beperkt tot een korte afzetting.
Metingen op de weg: deflectie, geluid en inspectie
• Valgewichtdeflectiemeting (VGD) — meet de draagkracht en stijfheid van de constructie zonder de weg te beschadigen; het belangrijkste instrument om restlevensduur te berekenen.
• CPX-geluidsmeting — legt de geluidsprestatie van het wegdek vast; op de A73 bleek het aramidemengsel met 91,3 dB(A) exact gelijkwaardig aan de PMB-referentie.
• Visuele inspectie — jaarlijkse opname van rafeling, scheurvorming en spoorvorming volgens de gangbare wegbeheersystematiek, zodat de data aansluit op uw bestaande beheerpakket.
• Vlakheid en stroefheid — langsvlakheid en schuurweerstand, dezelfde parameters die ook in het reguliere monitoringsprogramma van Rijkswaterstaat worden gevolgd.
Doorlooptijd en meetmomenten
Een validatievak loopt typisch vijf jaar mee: nulmeting bij aanleg, vervolgmetingen na één, twee en vijf jaar. Dat sluit aan op de opzet van het FIBRA-onderzoek, waar de testsecties langjarig worden gevolgd met video-inspecties in jaar 2 en jaar 5. Tussentijdse resultaten worden na elke meetronde gedeeld, zodat u niet vijf jaar hoeft te wachten op de eerste inzichten.
Wie doet en betaalt wat?
De rolverdeling is in de basis eenvoudig. De wegbeheerder of aannemer brengt een geschikt wegvak in — een onderhoudsvak of nieuwbouwtracé dat toch al op de planning staat — en legt het aan binnen het reguliere werk. Dutch Fiber Trading levert de vezel, verzorgt het doseringsadvies richting de asfaltcentrale en coördineert het meetprogramma, waar zinvol samen met een onafhankelijk laboratorium of kennisinstelling.
De meerkosten van de aanleg blijven daardoor beperkt tot de vezel zelf; uit de FIBRA-businesscase blijkt dat vezelversterking ten opzichte van PMB in de Nederlandse situatie kostenneutraal kan zijn, mits een vergelijkbare levensduur wordt gehaald. De precieze verdeling van meetkosten en dataeigendom leggen we per project vast in het meetplan — alle resultaten zijn voor de deelnemende wegbeheerder vrij te gebruiken.
Wat krijgt u als wegbeheerder terug?
Deelname levert meer op dan een versterkt stuk weg. U krijgt een objectief onderbouwd dossier over uw eigen areaal:
• Onderbouwde levensduurverlenging van uw asfalt — meetdata waarmee u onderhoudsintervallen kunt oprekken en de businesscase voor het volgende programma kunt doorrekenen;
• Aanbestedingsmunitie — gevalideerde MKI- en prestatiegegevens die u direct kunt gebruiken bij functioneel specificeren en EMVI-uitvragen;
• Kennisvoorsprong — resultaten worden gedeeld met de sector, en uw organisatie staat als koploper op de kaart.
Voor gemeenten is een validatievak bovendien een laagdrempelige manier om vezelversterking in het eigen wegbeheer te verkennen zonder meteen het hele areaal om te gooien; voor provincies sluit het aan bij de wijze waarop innovaties via aanbestedingen worden uitgevraagd.
De A73 als precedent
Dat deze aanpak werkt, is al bewezen. Binnen het Europese FIBRA-project legden BAM en Rijkswaterstaat in augustus 2020 een proefvak aan op de A73 bij Roermond — een rijksweg met circa 50.000 voertuigen per werkdag. Vier mengsels lagen er naast elkaar: een PMB-referentie, een referentie met cellulosevezel, een PAN-vezelmengsel en een aramidemengsel met Twaron 1080.
De uitkomsten: het aramidemengsel werd geproduceerd op circa 165 °C tegenover 181 °C voor de PMB-referentie, presteerde in de praktijkmetingen op schuurweerstand, waterafvoer, geluid en vlakheid gelijkwaardig, en scoorde op cradle-to-gate-niveau ruim 10% lager op de Milieukostenindicator. Alle details staan in de praktijkcase over het FIBRA-onderzoek op de A73.
De A73 beantwoordde daarmee de vraag óf vezelversterkt asfalt op een zwaarbelaste rijksweg presteert. De validatievakken die we nu zoeken, bouwen daarop voort: meer wegtypen, meer mengsels, langere meetreeksen — de dataset die nodig is om levensduurmodellen en MKI-berekeningen voor de hele sector aan te scherpen.
Een validatievak aanmelden
Heeft uw organisatie een onderhoudsvak, rotonde of nieuwbouwtracé waar een validatievak in past? De praktische drempel is laag: de aanleg loopt mee in het reguliere werk, het meetplan stemmen we vooraf met u af en de resultaten zijn van u.
Neem contact op om de mogelijkheden voor uw areaal te bespreken — samen meten, monitoren en bewijzen we wat het asfalt van de toekomst waard is.
Veelgestelde vragen
- Wat is het verschil tussen een proefvak en een validatievak?
- Een proefvak asfalt wordt vaak alleen visueel gevolgd. Een validatievak heeft daarnaast een vastgelegd meetplan met nulmeting, referentievak zonder vezels en periodieke metingen: boorkernen, valgewichtdeflectie, CPX-geluid en visuele inspectie. Daardoor is elk gemeten verschil objectief toe te schrijven aan de vezelversterking en bruikbaar voor aanbestedingen en levensduurberekeningen.
- Hoe lang loopt de monitoring van een validatievak?
- Typisch vijf jaar: een nulmeting bij aanleg en vervolgmetingen na één, twee en vijf jaar. Dat sluit aan op het FIBRA-onderzoek op de A73, waar video-inspecties in jaar 2 en jaar 5 zijn gepland naast het reguliere jaarlijkse monitoringsprogramma. Tussentijdse resultaten worden na elke meetronde met de deelnemende wegbeheerder gedeeld.
- Wat kost deelname aan een validatievak?
- De aanleg loopt mee in regulier onderhoud of nieuwbouw; de meerkosten zitten vooral in de vezel zelf. Uit de FIBRA-businesscase blijkt dat vezelversterking ten opzichte van PMB kostenneutraal kan zijn, mits een vergelijkbare levensduur wordt gehaald. De verdeling van meetkosten wordt per project vastgelegd in het meetplan; neem contact op voor de mogelijkheden.
- Welke metingen horen bij asfaltonderzoek aan een validatievak?
- Vier pijlers: boorkernen voor laboratoriumonderzoek naar stijfheid, vermoeiing en waterschadegevoeligheid; valgewichtdeflectiemetingen voor draagkracht en restlevensduur; CPX-metingen voor geluid; en jaarlijkse visuele inspectie van rafeling, scheur- en spoorvorming. Aangevuld met vlakheid en stroefheid ontstaat een compleet beeld van de prestaties onder echte verkeersbelasting.
- Moet de asfaltcentrale het mengsel aanpassen voor een validatievak?
- Nee. Een aramidevezel als AsphaltX® wordt bij de centrale aan de menger toegevoegd in een indicatieve dosering van circa 0,05% — zo'n 500 gram per ton, afhankelijk van mengsel en toepassing. Receptuur, productie- en legapparatuur blijven ongewijzigd; op de N337 en de A73 is dit zonder aanpassingen verwerkt.
Genoemde producten

AsphaltX®
2000 filamenten per aramide-streng — 45% meer dan concurrenten. Laagste CO₂-voetafdruk, Europese productie.
- TypeVezelmengsel aramide (Twaron®) + polyolefine
- Lengte± 19 mm
- TreksterkteTwaron 3000 MPa · polyolefine 483 MPa
- Soortelijk gewichtTwaron 1,45 · polyolefine 0,91 g/cm³