Wat is ZOAB? Zeer open asfaltbeton: betekenis, werking en nadelen

Vezelversterkt asfalt31 juli 202618 min leestijdPortretfoto van Niels HilverinkGeschreven door Niels Hilverink
Close-up van de open steenstructuur van een ZOAB-wegdek op een snelweg, waar regenwater tussen de steenslag wegzakt

ZOAB betekent zeer open asfaltbeton: poreus asfalt met circa 20% holle ruimte dat regenwater afvoert en bandengeluid dempt. Soorten, levensduur, reiniging, reparatie en wat vezels doen tegen rafeling.

ZOAB staat voor zeer open asfaltbeton: een poreuze asfaltdeklaag met circa 20% holle ruimte tussen grove steenslag. Regenwater zakt door de deklaag weg, zodat spatwater en aquaplaning afnemen, en de poriën maken het wegdek ongeveer 3 dB stiller dan dicht asfalt. Circa 90% van het Nederlandse snelwegennet ligt in ZOAB. Keerzijde: rafeling, eerder gladheid bij vorst en een kortere levensduur.

In Vlaanderen heet hetzelfde mengsel ZOA (zeer open asfalt); in de volksmond hoort u ook fluisterasfalt. Hieronder leest u hoe ZOAB werkt, welke soorten er zijn (met vergelijkingstabel), hoe het wordt gereinigd en gerepareerd, en wat vezels doen tegen rafeling.

ZOAB betekenis: waar staat de afkorting voor?

De afkorting ZOAB betekent zeer open asfaltbeton. U spreekt ZOAB uit als één woord, zo-ap, met de klemtoon op de eerste lettergreep (zo staat het in het Algemeen Nederlands Woordenboek). Die uitspraak verklaart waarom u ook schrijfwijzen als "zoap asfalt" tegenkomt.

"Zeer open" slaat op de holle ruimte in het mengsel. Dicht asfaltbeton bevat hooguit enkele procenten holle ruimte; bij ZOAB is dat circa 20% van het volume en volgens de CROW-kennisbank vaak meer. Internationaal heet dit mengseltype porous asphalt (PA); in de FIBRA-onderzoeksdocumenten over de A73 komt u daarom de aanduiding 2L-PA tegen voor tweelaags ZOAB.

De term "ZOAB-asfalt" is strikt genomen dubbelop, want het asfalt zit al in de afkorting, maar in de spreektaal is hij volledig ingeburgerd. ZOAB is een deklaagmengsel: het vormt de bovenste laag van de verharding, op dichte asfaltonderlagen die de constructieve sterkte leveren. Hoe asfalt zich verhoudt tot beton-, elementen- en halfverharding, ziet u in ons overzicht van soorten wegverharding.

Andere namen: fluisterasfalt, drainerend asfalt, ZOA en open asfalt

Voor hetzelfde type deklaag circuleren meerdere namen:

• Fluisterasfalt: informele naam in Nederland en België, vooral gebruikt voor de stille tweelaagse varianten.

• Drainerend asfalt: verwijst naar de waterafvoer door de deklaag heen.

• ZOA (zeer open asfalt): de Vlaamse benaming. In Vlaanderen wordt het mengsel veel minder toegepast dan in Nederland.

• Porous asphalt (PA): de internationale term, ook gebruikt in de Europese productnorm NEN-EN 13108-7.

• Open asfalt: wordt in de spreektaal soms voor ZOAB gebruikt. Let op: open asfaltbeton (OAB) is vaktechnisch een ander mengsel, met meer holle ruimte dan dicht asfaltbeton maar minder dan ZOAB, dat vooral als tussenlaag wordt toegepast. "Zeer open" onderscheidt ZOAB daarvan.

Wie heeft ZOAB uitgevonden?

Eén uitvinder met naam en toenaam is er niet: ZOAB is in Nederland ontwikkeld door Rijkswaterstaat samen met de wegenbouwsector. Poreuze deklagen werden ook op vliegvelden toegepast, om waterfilms op start- en landingsbanen te voorkomen. De Nederlandse ontwikkeling verliep in stappen:

• 1973: de eerste proefvakken met zeer open asfaltbeton op het Nederlandse wegennet.

• Eind jaren tachtig: ZOAB wordt op steeds meer rijkswegen toegepast (het Algemeen Nederlands Woordenboek noemt 1987). Tot circa 1990 was dicht asfalt nog de standaarddeklaag.

• Jaren negentig: ZOAB wordt de standaarddeklaag op snelwegen.

• 2005: tweelaags ZOAB wordt erkend als standaard geluidsmaatregel voor rijkswegen.

• Rond 2007: duurzaam ZOAB (ZOAB+), met een hoger bitumengehalte tegen rafeling.

• Vanaf 2015: proeven met ZOAB-fijn, door Rijkswaterstaat de vierde generatie genoemd.

De resultaten (minder spatwater, minder aquaplaning en een merkbaar stiller wegdek) waren overtuigend genoeg om ZOAB grootschalig in te voeren. Inmiddels ligt circa 90% van het Nederlandse snelwegennet in ZOAB.

Hoe werkt ZOAB? Samenstelling en opbouw van het wegdek

Het geheim van ZOAB zit in de mengselopbouw. Een dicht asfaltmengsel bevat naast steenslag veel zand en vulstof, zodat vrijwel alle ruimte tussen de stenen wordt gevuld. ZOAB bevat juist heel weinig zand en vulstof: het mengsel bestaat vrijwel volledig uit grove steenslag, omhuld door een dun laagje bitumenmortel. De stenen steunen als een skelet op elkaar en zijn alleen via dunne mortelbruggen met elkaar verbonden. Tussen de stenen blijven de poriën open: de holle ruimte van circa 20% waaraan het mengsel zijn naam dankt.

Een ZOAB-mengsel bestaat globaal uit:

• Grove steenslag, overwegend van één korrelgroep (bijvoorbeeld 11/16 mm).

• Weinig brekerzand en vulstof, zodat de ruimte tussen de stenen open blijft.

• Bitumen als bindmiddel; in tweelaags ZOAB vaak polymeergemodificeerd bitumen (PMB), terwijl duurzaam ZOAB zijn extra levensduur vooral uit een hoger bitumengehalte haalt.

• Een afdruipremmer, vaak cellulosevezels, die voorkomt dat de bitumen tijdens transport van de stenen afdruipt.

Voor de opbouw van het wegdek geldt: ZOAB ligt als deklaag op dichte asfaltlagen. Het regenwater zakt door de open deklaag, stroomt over de dichte laag eronder zijdelings af en komt zo in de berm of de afwatering terecht. De open structuur levert een ZOAB-wegdek drie eigenschappen op: waterafvoer, geluidsreductie en weerstand tegen spoorvorming.

Waterafvoer: minder spatwater en aquaplaning

Bij regen zakt het water door de poriën de deklaag in en stroomt het over de dichte onderlaag zijdelings af naar de berm of de afwatering. Het rijoppervlak zelf blijft daardoor grotendeels vrij van waterfilms. Voor de weggebruiker betekent dat: veel minder opspattend water achter vrachtwagens, beter zicht op de markering en een sterk verkleinde kans op aquaplaning. Dit verkeersveiligheidseffect was destijds de belangrijkste reden om ZOAB grootschalig in te voeren.

Rijkswaterstaat wijst daarnaast op de capaciteit van de weg: omdat er bij regen minder spat- en stuifwater is, is er minder snelheidsverlaging nodig en blijft de doorstroming beter op peil.

Geluidsreductie: poriën dempen bandengeluid

Dezelfde poriën absorberen een deel van het bandengeluid en voorkomen het "luchtpompeffect" tussen band en wegdek. Rijkswaterstaat noemt ZOAB ongeveer 3 dB stiller dan dichte deklagen; tweelaags ZOAB is nog ongeveer 2 dB stiller en ZOAB-fijn doet daar circa 1 dB bovenop. De VBW-richtlijn voor tweelaags ZOAB geeft indicatief circa 5 dB(A) minder dan dicht asfaltbeton, voor personenauto's bij 80 km/u. Hoeveel stiller een wegvak precies is, hangt dus af van meetmethode, snelheid en voertuigtype.

Ter referentie: op het A73-proefvak werden twaalf weken na aanleg CPX-geluidsniveaus van 91 à 93 dB(A) gemeten, en die waarden bleken onafhankelijk van het toegepaste wapeningstype, zoals we uitwerken in ons artikel over vezelversterkt asfalt en geluidsreductie. Voor wegbeheerders die aan geluidsproductieplafonds moeten voldoen, is die demping vaak de doorslaggevende reden om voor (tweelaags) ZOAB te kiezen.

Weerstand tegen spoorvorming

Omdat de stenen in ZOAB direct op elkaar steunen, draagt het steenskelet de wiellast en niet de bitumenmortel. Daardoor heeft ZOAB een goede weerstand tegen spoorvorming, zoals ook CROW en Rijkswaterstaat aangeven. De keerzijde zit in dezelfde opbouw: juist de dunne mortelbruggen tussen de stenen zijn de zwakke plek, zoals de nadelen hieronder laten zien.

Soorten ZOAB: enkellaags, duurzaam, tweelaags en ZOAB-fijn

ZOAB bestaat in vier hoofdvarianten:

• Enkellaags ZOAB (standaard ZOAB 0/16): één open deklaag van circa 50 mm met grove steenslag, bijvoorbeeld 11/16 mm. De standaardoplossing op het grootste deel van het rijkswegennet.

• Duurzaam ZOAB (DZOAB of ZOAB+): een hoger bitumengehalte maakt de deklaag beter bestand tegen rafeling (CROW). Indicatief gaat duurzaam ZOAB enkele jaren langer mee dan het oorspronkelijke mengsel.

• Tweelaags ZOAB (ook dubbellaags ZOAB genoemd): een toplaag van circa 25 mm met steenslag 4/8 op een onderlaag van circa 45 mm met steenslag 11/16 (VBW-richtlijn). De onderlaag heeft 25% of meer holle ruimte (CROW). De fijne toplaag werkt als vuilfilter: vuil blijft bovenin hangen en wordt deels door regen en verkeer weer uitgespoeld, zodat de grove onderlaag open blijft. Aan het einde van de levensduur volstaat het vaak om alleen de toplaag te vervangen, mits de onderlaag nog voldoende draagkracht heeft.

• ZOAB-fijn: tweelaags ZOAB met een nog fijnere toplaag (2/6), volgens Rijkswaterstaat circa 1 dB stiller dan gewoon tweelaags ZOAB.

Tweelaags ZOAB en ZOAB-fijn zijn de stilste varianten en worden vooral toegepast waar geluidseisen streng zijn, zoals langs woonbebouwing. Daar staat tegenover dat de fijne toplaag het kwetsbaarst is voor rafeling en dus het snelst onderhoud vraagt. Juist dit mengseltype (2L-PA 8) is in het FIBRA-praktijkonderzoek op de A73 met vezelversterking getest.

In de tabel hieronder staan de soorten naast elkaar, met dicht asfaltbeton als referentie. De waarden zijn afgerond en indicatief; de werkelijke levensduur hangt af van verkeersbelasting en ligging.

ZOAB-soorten vergeleken met dicht asfaltbeton (indicatieve waarden)
DeklaagOpbouw en steenslagHolle ruimteGeluid t.o.v. dicht asfaltIndicatieve levensduur
Dicht asfaltbeton (DAB, referentie)Dichte laag, doorlopende korrelverdelingEnkele procenten0 dB (referentie)Circa 15 jaar of langer
Enkellaags ZOAB / duurzaam ZOABEén laag van circa 50 mm, grove steenslag (0/16)Circa 20% of meerCirca 3 dB stillerCirca 11 jaar op de rechterrijstrook, tot circa 17 jaar op de linkerrijstrook
Tweelaags ZOABToplaag circa 25 mm (4/8) op onderlaag circa 45 mm (11/16)Onderlaag 25% of meerCirca 5 dB stillerCirca 8 jaar in de stad, 10 à 12 jaar op snelwegen (bij goede kwaliteit)
Tweelaags ZOAB-fijnFijnere toplaag (2/6) op grove onderlaagVergelijkbaar met tweelaagsNog circa 1 dB stiller dan tweelaagsGeen eenduidige waarde; fijne toplaag het gevoeligst voor rafeling

Wat zijn de nadelen van ZOAB?

De open structuur die ZOAB zijn kwaliteiten geeft, is tegelijk zijn achilleshiel. Vijf nadelen bepalen het beheer- en onderhoudsbeeld: rafeling, vorst en gladheid, dichtslibben, minder stroefheid direct na aanleg, en een kortere levensduur met hogere kosten.

Rafeling: het dominante schadebeeld

Rafeling is het losraken van steenslag uit het wegdek. Omdat de stenen in ZOAB alleen via dunne mortelbruggen met elkaar verbonden zijn, is er weinig reserve: veroudert de bitumenmortel door zon, water en temperatuurwisselingen, dan worden die bruggen bros en wrikt het verkeer de stenen los. Eenmaal begonnen versnelt het proces: elk verdwenen steentje vergroot de belasting op zijn buren. Rafeling is voor Rijkswaterstaat het maatgevende schademechanisme dat het einde van de levensduur van een ZOAB-deklaag bepaalt, en speelt extra op plekken met wringend verkeer zoals op- en afritten en krappe bogen.

Om dezelfde reden waarschuwt de VBW-richtlijn Tweelaags ZOAB voor versnelde rafeling langs parkeervakken, laad- en loshavens en bushaltes: wielen die daar ter plekke draaien en insturen, wringen de fijne toplaag los. De richtlijn adviseert die vakken breed genoeg uit te voeren, zodat de draaibewegingen niet op het ZOAB plaatsvinden.

Vorst en gladheid: eerder glad, meer zout

ZOAB en vorst zijn een lastige combinatie. De poriën isoleren de deklaag van de warmere ondergrond, waardoor het oppervlak sneller afkoelt dan dicht asfalt en eerder aanvriest. Bovendien zakt strooizout met het smeltwater deels de poriën in, waardoor het minder lang op het rijoppervlak werkt: gladheidsbestrijding op ZOAB vraagt vaker en zwaarder strooien. Vandaar de bekende waarschuwing dat bruggen én ZOAB-vakken bij winterse omstandigheden als eerste glad worden.

Water dat in de poriën bevriest, zet uit en versnelt zo vorstschade en rafeling. De VBW-richtlijn wijst op nog een verraderlijk detail: op de overgang van ZOAB naar een dichte deklaag kan een zoutarme, onverwacht gladde plek ontstaan, omdat het verkeer op ZOAB nauwelijks zout meeneemt naar het volgende wegvak. Nat strooien beperkt het wegzakken van zout in de poriën.

Dichtslibben: vuil in de poriën

Fijn stof, bandenslijpsel, olie, blad en zand slibben de poriën in de loop van de tijd dicht. Daarmee lopen de waterafvoer en de geluidsreductie terug. Bij hoge snelheden zuigt de pompwerking van de banden een deel van het vuil weer los (het zelfreinigende effect), bij lage snelheden gebeurt dat niet. Daarom moet ZOAB in de stad regelmatig worden gereinigd; hoe dat gaat, leest u bij het onderhoud hieronder.

Minder stroef direct na aanleg

In de eerste weken na aanleg zit er nog een bitumenfilm op de stenen, waardoor de remvertraging lager is dan op een ingereden wegdek. Rijkswaterstaat strooit nieuw ZOAB daarom af met fijn, scherp materiaal, zodat de stroefheid vanaf openstelling voldoende is. Het verkeer slijt die film weg, waarna de stroefheid op het gebruikelijke niveau komt.

Kortere levensduur en hogere kosten

Een ZOAB-deklaag gaat korter mee dan een dichte deklaag. Duurzaam ZOAB gaat volgens Rijkswaterstaat gemiddeld circa 11 jaar mee op de zwaar belaste rechterrijstrook en circa 17 jaar op de linkerrijstrook. Voor tweelaags ZOAB noemt de VBW-richtlijn (2002) bij goede uitvoering indicatief circa 8 jaar in de stad en 10 à 12 jaar op snelwegen. Dichte deklagen halen circa 15 jaar of langer. Verkeersbelasting en ligging bepalen waar een wegvak binnen die bandbreedte uitkomt.

Daarnaast is ZOAB in aanleg duurder dan dicht asfalt: er gaat meer bitumen van hogere kwaliteit per ton in, de eisen aan de verwerking zijn hoger en de afwatering langs de weg vraagt extra aandacht. Wie over de hele levenscyclus rekent, moet dus zowel de aanlegkosten als de kortere vervangingscyclus meenemen. Voor bedragen verwijzen we naar ons overzicht van wat asfalt en ZOAB per m² kosten.

Waar wordt ZOAB toegepast, en waar niet?

Of ZOAB-asfalt de juiste deklaag is, hangt vooral af van de snelheid en het soort verkeer:

• Snelwegen en autowegen: de hoge snelheden houden de deklaag grotendeels zelf schoon, en het effect op veiligheid en geluid is er het grootst. Daar is ZOAB de standaard.

• Stedelijke wegen langs woonwijken: vooral tweelaags ZOAB, vanwege de geluidsreductie. Reken hier op reiniging één à twee keer per jaar.

• Minder geschikt: rotondes en krappe bogen (wringend verkeer), parkeervakken en laad- en losplekken, fietspaden (geen zelfreinigend effect; de VBW-richtlijn noemt daar een dichte, fijne deklaag) en wegen met veel grond- of landbouwtransport, waar de poriën snel vervuilen.

Voor een oprit of erf is ZOAB zelden zinvol: bij lage snelheden slibt het dicht en draaiende wielen trekken de stenen los. Daar is dicht asfalt of SMA gebruikelijk; richtprijzen vindt u in ons overzicht asfalt prijs per m2.

Waar een open deklaag toch zwaar of wringend wordt belast, kan mortelversterking met vezels de rafelgevoeligheid beperken. Daarover meer in de sectie over vezelversterking hieronder.

ZOAB onderhoud: reinigen, repareren en levensduur verlengen

Het onderhoud van ZOAB draait om twee dingen: de poriën open houden en de mortel zo lang mogelijk gezond houden. In de praktijk komt dat neer op drie soorten ingrepen: reinigen, repareren en conserveren.

ZOAB reinigen: hoe werkt een ZOAB-cleaner?

Een ZOAB-cleaner (ook zoabreiniger genoemd) is een vrachtwagen met een spuit-zuigsysteem: roterende spuitmonden persen water onder hoge druk in de deklaag, en direct daarachter wordt het water met het losgemaakte vuil weer opgezogen. Zo worden dichtgeslibde poriën weer opengemaakt en blijven waterafvoer en geluidsreductie op peil.

De druk wordt afgestemd op de deklaag. Voor de fijne toplaag van tweelaags ZOAB noemt de VBW-richtlijn maximaal 70 à 100 bar; zwaardere reinigers werken met een veel hogere druk, tot honderden bar, bijvoorbeeld om olie of diesel na een ongeval uit de deklaag te halen.

In de stad is reiniging één à twee keer per jaar gebruikelijk, afgestemd op bladval, maaisel en evenementen. Op snelwegen houdt het verkeer de rijstroken grotendeels zelf open, de vluchtstrook niet. Begin kort na aanleg met reinigen: een eenmaal dichtgeslibde toplaag is vrijwel niet meer open te krijgen.

ZOAB reparatie: gaten en rafeling herstellen

Bij klein onderhoud telt tempo: herstel beginnende rafeling en gaten zo snel mogelijk, want bij oudere deklagen breidt de schade zich anders verder uit. Plaatselijk herstel gebeurt met gietasfalt of met warm bereid koud ZOAB, met wisselend succes: gietasfalt is dicht en laat op die plek geen water door, en de textuur wijkt af van de omringende deklaag.

Bij groot onderhoud wordt bij enkellaags ZOAB de deklaag gefreesd en vervangen. Bij tweelaags ZOAB volstaat vaak het frezen en vervangen van alleen de toplaag, nadat de onderlaag is gereinigd en een kleeflaag van bitumenemulsie is aangebracht. Welke reparatie zinvol is, hangt af van de restlevensduur van de onderliggende lagen.

Conserveren en monitoren

• Preventief conserveren: verjongingsmiddelen (rejuvenators) herstellen verouderde bitumenmortel tijdelijk en stellen rafeling uit; levensduurverlengend onderhoud dat beheerders steeds vaker programmeren.

• Monitoren: jaarlijkse inspecties op rafeling en stroefheid bepalen wanneer plaatselijk herstel of vervanging van de deklaag nodig is.

Hoe u die afwegingen in een onderhoudsprogramma giet, leest u in ons artikel over asfaltonderhoud en levensduurverlenging.

Vezelversterking: ZOAB weerbaarder maken tegen rafeling

Omdat rafeling begint bij de verouderende mortelbruggen, ligt daar ook de meest kansrijke ingreep: de mortel zelf versterken. Dat is precies wat vezelversterkt asfalt doet. Tijdens de productie worden sterke vezels, bij ZOAB doorgaans aramide, droog door het mengsel gemengd. De vezels verankeren zich in de mortel, overbruggen beginnende microscheurtjes en houden het steenskelet langer intact: vezelversterking tegen rafeling van ZOAB in de meest letterlijke zin.

Dat dit ook op een zwaarbelaste snelweg standhoudt, is in Nederland getest op de A73 bij Roermond. Binnen het Europese FIBRA-project legden BAM en Rijkswaterstaat er in augustus 2020 een proefvak tweelaags ZOAB aan, op een weg met circa 50.000 voertuigen per werkdag. De sectie met aramidevezel (Twaron 1080, gedoseerd rond 0,05%, ofwel zo'n 500 gram per ton asfalt, afhankelijk van mengsel en toepassing) presteerde op schuurweerstand, waterafvoer en geluid gelijkwaardig aan de referentie met polymeergemodificeerd bitumen. Daarbij werd het mengsel geproduceerd op circa 165 °C in plaats van 181 °C en scoorde het ruim 10% lager op de Milieukostenindicator (MKI, cradle-to-gate). Over de hele levenscyclus (cradle-to-grave) is het MKI-verschil kleiner: minder dan 4%, zoals de A73-praktijkcase laat zien. De opzet van het onderzoek leest u op de pagina over het FIBRA-project van Rijkswaterstaat.

Voor de praktijk betekent dit dat er een aramidevezel geschikt voor ZOAB-deklagen beschikbaar is die zonder aanpassing van de receptuur meedraait bij de asfaltcentrale: AsphaltX. Dat is een vezelmengsel van polyolefine en Twaron-aramide, het vezeltype dat ook op de A73 is getest. De dosering is 500 gram per ton asfalt, het product is geschikt voor ZOAB, SMA en dichtasfalt, en de aramide smelt niet bij hete asfaltmengsels (smeltpunt Twaron boven 450 °C). AsphaltX is opgenomen in de OPWA-lijst (BRL 9320 / NL BSB).

Belangrijk om te weten: op de A73 nam aramidevezel in de deklaagmortel de rol van polymeermodificatie over. Of dat voor uw mengsel en verkeersbelasting geldt, is maatwerk per project; de vezel vervangt geen constructieve maatregelen.

ZOAB-project of onderhoudsopgave?

Meer weten over de techniek achter vezels in asfalt? Ons kenniscentrum bundelt alle artikelen over dit onderwerp in de pillar vezelversterkt asfalt. Staat er een ZOAB-deklaag op uw planning en wilt u weten wat vezelversterking voor levensduur en MKI-score betekent? Vraag een offerte of proefprojectadvies aan: we rekenen kosteloos mee met uw mengsel en verkeersbelasting.

Veelgestelde vragen

Waar staat ZOAB voor?
ZOAB staat voor zeer open asfaltbeton, uitgesproken als zo-ap: asfalt met circa 20% holle ruimte tussen grove steenslag. Regenwater zakt erin weg en bandengeluid wordt gedempt. In Vlaanderen heet het mengsel ZOA (zeer open asfalt), internationaal porous asphalt (PA). Circa 90% van het Nederlandse snelwegennet ligt in ZOAB.
Wat is het verschil tussen ZOAB en gewoon asfalt?
Gewoon (dicht) asfaltbeton heeft een doorlopende korrelverdeling en enkele procenten holle ruimte: regenwater loopt over het oppervlak af. ZOAB heeft circa 20% holle ruimte: het water zakt weg, er is minder spatwater, het wegdek is circa 3 dB stiller en het heeft een goede weerstand tegen spoorvorming. Daar staat tegenover dat ZOAB gevoeliger is voor rafeling, eerder glad wordt bij vorst en korter meegaat.
Wie heeft ZOAB uitgevonden?
ZOAB kent geen individuele uitvinder: het mengsel is in Nederland ontwikkeld door Rijkswaterstaat en de wegenbouwsector. De eerste proefvakken lagen er in 1973, sinds eind jaren tachtig werd ZOAB op steeds meer rijkswegen toegepast en in de jaren negentig werd het de standaarddeklaag op snelwegen. Inmiddels ligt circa 90% van het Nederlandse snelwegennet in ZOAB.
Wat is het verschil tussen enkellaags en tweelaags ZOAB?
Enkellaags ZOAB is één open deklaag van circa 50 mm met grove steenslag. Tweelaags (dubbellaags) ZOAB heeft een toplaag van circa 25 mm met steenslag 4/8 op een grove onderlaag van circa 45 mm (11/16). De toplaag vangt vuil op, maakt het wegdek circa 2 dB stiller en kan apart worden vervangen, maar is gevoeliger voor rafeling.
Waarom is ZOAB glad bij vorst?
De poriën in ZOAB isoleren de deklaag van de warmere ondergrond, waardoor het oppervlak sneller afkoelt en eerder aanvriest dan dicht asfalt. Strooizout zakt bovendien met het smeltwater de poriën in en werkt daardoor korter op het rijoppervlak. Gladheidsbestrijding op ZOAB vraagt dus vaker en intensiever strooien dan op dichte deklagen.
Hoe lang gaat ZOAB mee?
Duurzaam ZOAB gaat volgens Rijkswaterstaat gemiddeld circa 11 jaar mee op de rechterrijstrook en circa 17 jaar op de linkerrijstrook. Tweelaags ZOAB gaat bij goede uitvoering indicatief circa 8 jaar mee in de stad en 10 à 12 jaar op snelwegen; dichte deklagen halen circa 15 jaar of langer. Rafeling is meestal maatgevend. Mortelversterking met aramidevezels zoals AsphaltX versterkt de mortel precies waar rafeling begint en is gericht op een langere levensduur van de deklaag.
Wat is rafeling van ZOAB?
Rafeling is het losraken van steenslag uit het wegdek. In ZOAB zijn de stenen alleen via dunne bruggen van bitumenmortel verbonden; veroudert die mortel, dan wrikt het verkeer de stenen los en versnelt de schade zichzelf. Op de A73 presteerde vezelversterkte mortel binnen het FIBRA-onderzoek gelijkwaardig aan de referentie met polymeergemodificeerd bitumen; de langjarige monitoring loopt nog.
Hoe wordt ZOAB gereinigd?
Met een ZOAB-cleaner (zoabreiniger): een voertuig dat water onder hoge druk in de deklaag spuit en het direct met het vuil weer opzuigt. In de stad gebeurt dat één à twee keer per jaar, te beginnen kort na aanleg. Op snelwegen houdt het snelle verkeer de rijstroken grotendeels zelf open.
Kan ZOAB gerepareerd worden?
Ja, maar beperkt. Kleine gaten en beginnende rafeling worden plaatselijk gedicht met gietasfalt of warm bereid koud ZOAB, met wisselend succes. Bij grotere schade wordt de deklaag, of bij tweelaags ZOAB alleen de toplaag, gefreesd en vervangen. Snel herstellen voorkomt dat de schade zich uitbreidt.
Is ZOAB geschikt voor een oprit of parkeerplaats?
Meestal niet: bij lage snelheden slibt ZOAB dicht en draaiend verkeer trekt de stenen los. Voor opritten, erven en parkeerplaatsen is dicht asfalt of SMA gebruikelijk. Richtprijzen per deklaagtype vindt u in ons overzicht asfalt prijs per m2.

Deel dit artikel

Genoemde producten

AsphaltX® — Asfaltvezels
AramideAsfalt

AsphaltX®

2000 filamenten per aramide-streng — 19 miljoen vezels per ton asfalt. Laagste CO₂-voetafdruk, Europese productie.

  • TypeVezelmengsel aramide (Twaron®) + polyolefine
  • Lengte± 19 mm
  • TreksterkteTwaron 3000 MPa · polyolefine 483 MPa
  • Soortelijk gewichtTwaron 1,45 · polyolefine 0,91 g/cm³

Vragen over uw project?

Onze technisch adviseurs denken graag met u mee.

Neem contact op