fib Bulletin 105: de internationale standaard voor vezelversterkt beton
Voor wie serieus met vezelversterkt beton werkt, is fib Bulletin 105 onmisbaar. Het bundelt de actuele ontwerpkennis die Model Code 2020 openliet — en slaat de brug naar Eurocode 2 en CUR-Aanbeveling 111.
fib Bulletin 105 is het state-of-the-art-rapport van de International Federation for Structural Concrete (fib) over vezelversterkt beton, verschenen eind 2022. Het bundelt de internationale ontwerpkennis — van reststerkte en grenstoestanden tot UHPFRC — die Model Code 2020 slechts beknopt behandelt, en vormt daarmee de meest complete ontwerpbasis voor constructeurs die met vezelbeton werken.
Wat is fib Bulletin 105?
Eind 2022 verscheen fib Bulletin 105, uitgegeven door de International Federation for Structural Concrete (fib), de internationale betonfederatie die ook de Model Codes publiceert. Het rapport bevat de actuele stand van kennis over vezelversterkt beton (Fibre Reinforced Concrete, FRC) — nadrukkelijk niet beperkt tot staalvezelbeton, maar met aandacht voor meerdere vezeltypen, waaronder kunststof macrovezels.
Het rapport karakteriseert vezelversterkt beton via het nascheurgedrag: doordat vezels scheurvlakken overbruggen, behoudt het beton treksterkte ná het scheuren. Ongewapend beton verliest bij scheurvorming zijn treksterkte vrijwel direct; vezelbeton houdt een meetbare reststerkte over. Dat ene mechanisme is de basis van elk constructief ontwerp met vezels — en dus de rode draad door het hele bulletin.
Voor de Nederlandse praktijk is dat relevant omdat het kenniscentrum-thema duurzaamheid, normen en innovatie hier samenkomt: zonder gedragen ontwerpregels blijft vezelbeton beperkt tot niet-constructieve toepassingen, hoe goed het materiaal ook presteert.
Waarom Model Code 2020 dit rapport nodig had
Vóór fib Bulletin 105 ontbrak een uitgebreid, internationaal gedragen naslagwerk dat specifiek over het ontwerpen met vezelversterkt beton gaat. Model Code 2010 introduceerde als eerste een bruikbare FRC-classificatie; Model Code 2020 zet die lijn voort, maar behandelt het onderwerp niet in de diepgang die de praktijk inmiddels vraagt. Vezelbeton schoof de afgelopen tien jaar op van krimpbeheersing in vloeren naar (semi-)constructieve elementen — en die verschuiving vraagt om gedetailleerde ontwerpregels, rekenvoorbeelden en toetsingskaders.
Bulletin 105 vult precies dat gat: het is geen norm met dwingende eisen, maar het referentiedocument waarnaar constructeurs, toetsers en opdrachtgevers verwijzen als onderbouwing van ontwerpkeuzes. Wie in een bestek of berekening 'ontwerp conform fib-richtlijnen' schrijft, leunt in de praktijk op dit bulletin.
Reststerkte: het kernbegrip achter elk vezelbetonontwerp
Alle ontwerpregels in fib Bulletin 105 draaien om de reststerkte van vezelbeton na scheurvorming. Die wordt bepaald met de buigproef volgens EN 14651: een gekerfd prisma van 150 × 150 × 550 mm wordt in drie-puntsbuiging belast, waarbij de restbuigtreksterkten fR,1 tot en met fR,4 worden gemeten bij toenemende scheurwijdte (CMOD van 0,5 tot 3,5 mm).
Op basis van die proefwaarden classificeert de fib-systematiek het vezelbeton: een sterkteklasse op basis van fR,1k (de karakteristieke reststerkte bij kleine scheurwijdte) plus een letter a t/m e voor de verhouding fR,3k/fR,1k, die aangeeft of het materiaal bij grotere scheurwijdte sterkte verliest (softening) of juist vasthoudt (hardening). Een aanduiding als '3c' zegt een constructeur dus in één oogopslag wat het materiaal na scheuren doet.
Belangrijk om te beseffen: de reststerkte is geen producteigenschap van de vezel alleen, maar van de combinatie vezel + dosering + betonmengsel. Dezelfde vezel levert bij 20 kg/m³ een andere klasse dan bij 35 kg/m³. Praktische aanknopingspunten per toepassing vindt u in ons artikel over dosering van betonvezels.
Wat behandelt het rapport?
fib Bulletin 105 gaat onder meer in op:
• De invloed van vezeleigenschappen (materiaal, lengte, verankering, treksterkte) op de mechanische prestaties van het beton.
• Bepalingsmethoden voor de mechanische eigenschappen van vezelbeton, met EN 14651 als spil.
• Ontwerp in zowel de bruikbaarheidsgrenstoestand (SLS) als de uiterste grenstoestand (ULS) — de twee hoofdcategorieën waarin constructief beton wordt getoetst.
• Levensduuraspecten, brandveiligheid en mengselsamenstelling.
• Versterking van bestaande constructies en ontwerp op aardbevingsbestendigheid.
• Uitgewerkte ontwerpvoorbeelden, van analytische handberekeningen tot geavanceerde niet-lineaire eindige-elementenanalyses (NLFEA).
• Praktijkvoorbeelden van Ultra-High Performance Fibre Reinforced Concrete (UHPFRC), zowel in de civiele sector als in de utiliteitsbouw.
UHPFRC: waar het laboratorium praktijk wordt
Een apart hoofdstukdeel is gewijd aan UHPFRC — ultrahogesterktebeton met vezels, met druksterkten die indicatief boven de 150 N/mm² liggen en vezelgehalten die met circa 2 à 3 volumeprocent een veelvoud zijn van gangbaar vezelbeton. UHPFRC maakt slanke, materiaalzuinige constructies mogelijk: dunne brugdekken, prefab-elementen en reparatielagen die met traditioneel gewapend beton niet haalbaar zijn.
Voor de Nederlandse markt is UHPFRC vooral een signaal van de richting waarin vezelversterking zich ontwikkelt; in ons overzicht van vijf trends in vezelversterking staat het dan ook prominent. Het dagelijkse werk — bedrijfsvloeren, funderingen, prefab — speelt zich af in het reguliere FRC-domein waarvoor Bulletin 105 de ontwerpregels aanreikt.
Hoe verhoudt fib Bulletin 105 zich tot Eurocode 2 en NEN-EN 1992?
De Eurocode 2 (in Nederland geïmplementeerd als NEN-EN 1992) is de wettelijk verankerde ontwerpnorm voor betonconstructies — maar de generatie die nu in de bouwregelgeving is aangewezen, bevat geen ontwerpregels voor vezelversterkt beton. Constructeurs die vezels constructief willen meerekenen, moesten daardoor terugvallen op richtlijnen buiten de Eurocode: de fib Model Code, CUR-Aanbevelingen en dus fib Bulletin 105.
Dat verandert. In de nieuwe generatie Eurocode 2 (EN 1992-1-1, gepubliceerd in 2023) is een annex voor staalvezelbeton opgenomen die het ontwerpen met vezels voor het eerst binnen de Eurocode-systematiek brengt. De nationale invoering — met bijbehorende nationale bijlage — volgt de komende jaren. De ontwerpfilosofie van die annex leunt sterk op het fib-gedachtegoed: dezelfde reststerkteklassen, dezelfde proefmethode (EN 14651), dezelfde grenstoestandbenadering.
Praktisch betekent dit: wie vandaag ontwerpt volgens fib Bulletin 105 en de Model Code-classificatie, sluit straks vrijwel naadloos aan op de nieuwe NEN-EN 1992. Het bulletin is daarmee geen tussenoplossing die verdwijnt, maar de kennisbasis waar de komende Eurocode-generatie op voortbouwt — en het blijft het diepgaandere naslagwerk naast de compactere normtekst.
Productnorm, ontwerprichtlijn of aanbeveling: wie doet wat?
Rond vezelbeton circuleren meerdere normen en richtlijnen die elk een ander deel van de keten afdekken. De taakverdeling in één overzicht:
• EN 14889-1/-2 — productnorm voor de vezel zelf: eisen aan staalvezels (deel 1) en polymeervezels (deel 2), basis voor de CE-markering. Zegt niets over het ontwerp van de constructie.
• EN 14651 — beproevingsnorm: schrijft voor hóé de reststerkte van een vezelbetonmengsel wordt gemeten.
• CUR-Aanbeveling 111 — Nederlandse ontwerprichtlijn voor staalvezelbeton bedrijfsvloeren op palen; jarenlang hét document waarmee constructief staalvezelbeton in Nederland werd berekend, maar beperkt tot dat toepassingsgebied.
• fib Model Code & fib Bulletin 105 — internationale ontwerpbasis voor het volledige FRC-spectrum: van vloeren tot wanden, prefab en versterking van bestaande constructies.
• NEN-EN 1992 (Eurocode 2) — de wettelijke ontwerpnorm; neemt vezelbeton via de nieuwe annex geleidelijk in de formele normstructuur op.
Kort gezegd: EN 14889 borgt dat de vezel aantoonbaar presteert, fib Bulletin 105 beschrijft hoe u met die vezel een constructie ontwerpt. Wat de CE-markering en de systemen 1 en 3 voor uw materiaalkeuze betekenen, leest u in ons artikel over EN 14889 en CE-markering voor vezelbeton; alle normen op een rij vindt u in het normenoverzicht.
Wat betekent dit voor uw project?
De impact van fib Bulletin 105 verschilt per rol in het bouwproces.
Voor constructeurs
Het bulletin biedt een gedragen, internationaal erkende basis om ontwerpkeuzes op te onderbouwen — inclusief uitgewerkte rekenvoorbeelden voor SLS en ULS. Dat is direct bruikbaar richting Bouw- en Woningtoezicht of een toetsend bureau dat om onderbouwing vraagt bij een ontwerp buiten CUR 111-toepassingsgebied. Essentieel blijft dat u rekent met reststerktewaarden uit EN 14651-proeven op het werkelijke mengsel; constructieve staalvezels volgens EN 14889-1 worden daarom geleverd met gedeclareerde prestatiegegevens als vertrekpunt.
Voor aannemers en vloerenleggers
U hoeft het bulletin niet te kunnen dromen, maar het bepaalt wél wat de constructeur van uw mengsel eist: een reststerkteklasse in plaats van alleen 'x kg vezels per m³'. Vraag uw leverancier daarom om prestatiegegevens per dosering en leg de gekozen klasse vast in het bestek. Dat voorkomt discussies bij oplevering — de proefbalkjes zijn dan de meetlat, niet de doseerbon.
Voor opdrachtgevers en toezichthouders
Het rapport is het signaal dat vezelversterkt beton een volwassen, wetenschappelijk onderbouwde technologie is — geen niche zonder normatieve basis. Wie vezelbeton in een aanbesteding toelaat of voorschrijft, kan naar Bulletin 105 verwijzen als toetsingskader. In combinatie met de milieuwinst van slanker construeren (minder staal, minder beton) versterkt dat ook de duurzaamheidsscore; zie ons artikel over duurzaamheidscertificering van vezelmaterialen.
Praktijkvoorbeeld: het BetonBallon-concept
Dat de utiliteitsbouw al met deze kennis werkt, laat het BetonBallon-concept zien, waarnaar het rapport onder meer verwijst: een drielaags kantoorgebouw in Schijndel, gebouwd met vezelgewapend spuitbeton. Geen vloer of verhardingslaag, maar een dragend gebouw — een toepassing die zonder gedegen ontwerpbasis voor het nascheurgedrag niet door de toetsing was gekomen. Het illustreert de kern van Bulletin 105: vezelversterkt beton is opgeschoven van scheurbeheersing naar constructie.
Van rapport naar bestek: zo past u het toe
Wilt u fib Bulletin 105 praktisch benutten in een project? Drie stappen die zich in de praktijk bewijzen:
• Laat de constructeur de vereiste reststerkteklasse specificeren (bijvoorbeeld op basis van fR,1k en fR,3k), niet alleen een vezeldosering.
• Kies een vezel met CE-markering onder EN 14889-1 (staal) of EN 14889-2 (kunststof) en gedeclareerde prestaties; wie constructief wil ontwerpen met macrovezels in plaats van staal, kan met hybride kunststof macrovezels dezelfde classificatiesystematiek volgen.
• Leg vast hoe de reststerkte wordt aangetoond: EN 14651-proeven op het projectmengsel, of gedocumenteerde eerdere proefresultaten bij identieke receptuur.
Twijfelt u welke vezel en dosering bij uw toepassing past? De keuzehulp zet u in een paar vragen op weg, en voor een projectspecifiek advies met prestatiegegevens vraagt u een offerte aan. Vezels vervangen traditionele wapening overigens niet in elke situatie volledig: bij constructief werk hoort altijd een berekening door de constructeur.
Veelgestelde vragen
- Wat is fib Bulletin 105?
- fib Bulletin 105 is een state-of-the-art-rapport van de International Federation for Structural Concrete (fib), verschenen eind 2022. Het bundelt de internationale kennis over het ontwerpen met vezelversterkt beton: van reststerktebepaling volgens EN 14651 tot toetsing in SLS en ULS, levensduur, brandveiligheid en UHPFRC. Het is geen dwingende norm, maar hét referentiedocument waarmee constructeurs ontwerpkeuzes voor vezelbeton onderbouwen.
- Wat is het verschil tussen fib Bulletin 105 en Model Code 2020?
- De fib Model Code is het overkoepelende modelvoorschrift voor betonconstructies en behandelt vezelbeton daarbinnen beknopt. fib Bulletin 105 werkt dat onderwerp volledig uit: achtergronden, bepalingsmethoden, rekenvoorbeelden tot en met niet-lineaire eindige-elementenanalyses. In de praktijk gebruikt u de Model Code voor het kader en Bulletin 105 als diepgaand naslagwerk voor het ontwerpen met vezelversterkt beton.
- Mag ik in Nederland constructief ontwerpen met vezelbeton volgens Eurocode 2?
- De huidige aangewezen generatie NEN-EN 1992 bevat geen ontwerpregels voor vezelbeton; constructeurs onderbouwen ontwerpen daarom via CUR-Aanbeveling 111 (bedrijfsvloeren op palen), de fib Model Code en fib Bulletin 105. De nieuwe Eurocode 2-generatie (EN 1992-1-1:2023) bevat wel een annex voor staalvezelbeton; na nationale invoering krijgt vezelbeton daarmee een formele plek in de norm.
- Wat is de reststerkte van vezelbeton?
- Reststerkte is de treksterkte die vezelbeton behoudt nádat het gescheurd is, doordat vezels de scheurvlakken overbruggen. Ze wordt gemeten met een buigproef volgens EN 14651, waarbij de restbuigtreksterkten fR,1 tot en met fR,4 bij toenemende scheurwijdte worden bepaald. Op basis daarvan krijgt het mengsel een reststerkteklasse — de rekenwaarde waarmee de constructeur het ontwerp toetst.
- Vervangt fib Bulletin 105 de CUR-Aanbeveling 111?
- Nee. CUR-Aanbeveling 111 blijft de Nederlandse ontwerprichtlijn voor staalvezelbeton bedrijfsvloeren op palen en is voor dat toepassingsgebied direct bruikbaar. fib Bulletin 105 is breder: het dekt het volledige spectrum van vezelversterkt beton, inclusief wanden, prefab, versterking van bestaande constructies en UHPFRC. Voor toepassingen buiten het CUR 111-domein is het bulletin daarmee de aangewezen onderbouwing.
- Wat is UHPFRC?
- UHPFRC staat voor Ultra-High Performance Fibre Reinforced Concrete: ultrahogesterktebeton met vezels, met druksterkten indicatief boven 150 N/mm² en vezelgehalten van circa 2 à 3 volumeprocent. Het maakt zeer slanke constructies mogelijk, zoals dunne brugdekken en reparatielagen. fib Bulletin 105 beschrijft praktijkvoorbeelden in zowel de civiele sector als de utiliteitsbouw.
Genoemde producten

MPZG HT+ 35/0.55
High-tensile gehaakte staalvezels met aspect ratio 35/0.55. Maximale verankering en ductiliteit voor zwaar belaste constructies.
- TypeGetrokken staalvezel met haken (verlijmd)
- Afmeting35 mm / Ø 0,55 mm
- Trekvastheid1900 N/mm² ± 7,5%
- Vezels per kg± 14.500
Palletprijs op aanvraag
Meest gekozenTwistR® GREEN HYBRID
Hoogwaardige kunststof macrovezels van 100% polypropyleen. Transformeert beton tot een sterker composietmateriaal.
- TypeHybride: getwist monofilament + fibrillerende netwerkvezel
- MateriaalPolypropyleen
- Lengte48 mm
- Dosering2,0 – 6,0 kg/m³
Palletprijs op aanvraag