Dosering betonvezels: praktische richtlijnen

Vezelversterkt beton15 juli 20263 min leestijd

Te weinig vezels en het effect blijft uit, te veel en de verwerkbaarheid lijdt. Praktische doseringsrichtlijnen per vezeltype op een rij.

De juiste dosering is bepalend voor het resultaat van vezelversterkt beton: te weinig vezels en het gewenste effect blijft uit, te veel en de verwerkbaarheid komt in gevaar. Dit artikel geeft praktische richtlijnen per vezeltype.

Wat bepaalt de juiste dosering?

De juiste dosering hangt af van meerdere factoren:

• Vezeltype: staal, kunststof (macro of micro) of basalt hebben elk een andere dichtheid en werking, en dus een andere gangbare dosering.

• Vezelparameters: lengte, diameter, vorm en aanhechtgedrag. Vooral de verhouding van lengte tot diameter (l/d-verhouding) bepaalt mede de prestaties: hoe hoger de l/d-verhouding, hoe beter doorgaans de prestaties — maar langere vezels laten zich ook lastiger mengen.

• Toepassing en beoogd effect: structurele sterkte, krimpscheurbeheersing of brandwerendheid vragen elk een andere dosering.

• Mengselsamenstelling: een juiste aanpassing van de betonmortel (vooral in het fijne gebied) is nodig om een optimale omhulling en hechting van de vezels mogelijk te maken.

Richtlijnen per vezeltype — staalvezel

Voor staalvezelbeton (SVB) geldt een gangbare dosering van circa 0,3 tot 1 volumeprocent van het betonmengsel, wat neerkomt op ongeveer 25 tot 50 kg/m³. Voor speciale, zwaarder belaste toepassingen zijn hogere doseringen mogelijk. Voor wanden worden bijvoorbeeld vaak staalvezels met een lengte van 40 tot 60 mm en een diameter van 0,6 tot 0,9 mm toegepast — koud getrokken, verzinkte staaldraadvezels met eindhaken voor extra verankering.

Macro-kunststofvezel

Macro-kunststofvezels, die net als staalvezel de traditionele wapening geheel of gedeeltelijk kunnen vervangen, vragen doorgaans een berekening op basis van het beoogde wapeningsplan. De exacte dosering verschilt per product en toepassing.

Micro-kunststofvezel

Micro-kunststofvezels (meestal polypropyleen) worden toegepast in veel grotere aantallen maar met een veel lager totaalgewicht: doorgaans tussen de 500 en 2.500 gram per m³. Deze vezels zijn zeer dun en circa 10 tot 20 mm lang, en zijn vooral effectief tegen krimpscheuren dankzij de enorme hoeveelheid vezels die per m³ wordt ingebracht.

Waarom te veel vezels een probleem is

Een hogere dosering betekent niet automatisch een beter resultaat. Bij een te hoge dosering kunnen problemen ontstaan zoals verstopping van de doseerinstallatie bij de betoncentrale, verminderde verwerkbaarheid van de betonspecie, en een verhoogd risico op balvorming van vezels tijdens het mengen — wat juist zwakke plekken in het beton kan veroorzaken in plaats van sterkere.

Homogene verdeling is cruciaal

Naast de juiste dosering is het minstens zo belangrijk dat de vezels homogeen door de betonspecie zijn verdeeld. Een goede vezel zakt of drijft niet uit het mengsel en vormt geen ballen tijdens het mengen. Dit wordt mede bepaald door het mengproces bij de betoncentrale en de kwaliteit van de vezel zelf.

Wie bepaalt de uiteindelijke dosering?

Voor toepassingen waar vezels (mede) constructieve sterkte moeten leveren, wordt de dosering doorgaans bepaald door de constructeur in samenwerking met de leverancier van de vezels, die hiervoor specifieke berekeningsprogramma's gebruikt. Voor niet-constructieve toepassingen (zoals krimpscheurbeheersing) volstaat vaak een standaarddosering op basis van praktijkervaring en productrichtlijnen van de leverancier.

Tot slot

De juiste dosering van betonvezels is maatwerk: het hangt af van het vezeltype, de toepassing, de gewenste eigenschappen en de mengselsamenstelling. Een te lage dosering levert onvoldoende effect op, een te hoge dosering brengt verwerkingsrisico's met zich mee — laat de dosering daarom altijd afstemmen met uw leverancier en, bij constructieve toepassingen, uw constructeur.

Vragen over uw project?

Onze technisch adviseurs denken graag met u mee.

Neem contact op