Wat betekenen EN 14889 en CE-markering voor vezelbeton?

Duurzaamheid, normen en innovatie28 april 20265 min leestijd

Vezelklassen, conformiteitssystemen en CE-markering: heldere uitleg van EN 14889 en het kader voor constructieve vezelwapening in Nederland.

Wie vezels toepast als wapening in beton krijgt onvermijdelijk te maken met de norm EN 14889. Deze geharmoniseerde Europese norm bestaat uit twee delen: EN 14889-1 voor staalvezels en EN 14889-2 voor polymeervezels (kunststofvezels). Beide leggen de definities, specificaties en conformiteitseisen vast voor vezels die in beton, mortel en grout worden gebruikt. Sinds 1 januari 2007 is CE-markering conform deze normen verplicht voor vezels die op de Europese markt worden verkocht.

Micro- en macrovezels: klasse I en klasse II

EN 14889-2 deelt polymeervezels in op basis van hun fysieke vorm en diameter. Klasse I betreft microvezels met een diameter kleiner dan 0,30 mm, met als subklassen Ia (monofilament) en Ib (gefibrilleerd). Klasse II betreft macrovezels met een diameter groter dan 0,30 mm.

Het onderscheid is meer dan een formaliteit. Microvezels beheersen vooral plastische krimpscheuren in jong beton, maar leveren geen constructieve reststerkte. Macrovezels doen dat wél: zij worden toegepast waar na scheurvorming een reststerkte (residual flexural strength) vereist is en kunnen daarmee een constructieve functie vervullen. Wie vezelwapening als vervanging van traditioneel wapeningsstaal overweegt, heeft dus macrovezels of staalvezels nodig, geen microvezels.

Twee conformiteitssystemen

De norm kent twee attestatiesystemen, afhankelijk van de toepassing. Voor constructief gebruik geldt systeem 1, het strengste regime: een aangemelde instantie (notified body) voert typetesten uit én neemt monsters op de productielocatie. Voor algemene, niet-constructieve toepassingen geldt het lichtere systeem 3, met basale testen en documentatie zonder certificering van de productiecontrole door een aangemelde instantie.

Voldoen aan de norm geeft een vermoeden van geschiktheid (presumption of fitness) voor de toepassingen die op de CE-markering staan aangegeven. Voor constructieve vezelwapening is systeem 1 daarom het signaal waar u op wilt letten.

CUR-Aanbeveling 111 als Nederlands toetsingskader

Naast de Europese CE-markering hanteert Nederland voor staalvezelbeton een eigen toetsingskader: CUR-Aanbeveling 111, "Staalvezelbeton-bedrijfsvloeren op palen: dimensionering en uitvoering", in herziene uitgave van maart 2019. De aanbeveling breidt de gangbare rekenmethoden voor constructief beton uit met rekenmethoden voor staalvezelbeton en dient als kader voor constructeurs en Bouw- en Woningtoezicht.

Voor constructieve vloeren op palen wordt daarbij een vezelgehalte in de orde van circa 35 kg/m³ als minimum aangehouden; de exacte dimensionering volgt altijd uit de berekening volgens de aanbeveling. Ter vergelijking: staalvezeldoseringen voor bedrijfsvloeren liggen doorgaans tussen 20 en 40 kg/m³, terwijl constructieve kunststof macrovezels met enkele kilogrammen per kubieke meter toe kunnen. De juiste waarde bepaalt u samen met uw constructeur.

Vragen over uw project?

Onze technisch adviseurs denken graag met u mee.

Neem contact op