Terreinverharding: soorten verharding vergeleken, van gesloten verharding tot halfverharding
Welke soorten verharding zijn er? Gesloten verharding (asfalt en beton), open of elementenverharding en halfverharding vergeleken, met de keuze per terrein en de rol van vezels.
Terreinverharding is de verharding van een erf, bedrijfsterrein, parkeerterrein, pad of berm: een laag die het terrein berijdbaar en beloopbaar maakt, ook bij nat weer. Er zijn drie soorten verharding: gesloten verharding (asfalt en beton, een doorgaande laag), open verharding of elementenverharding (klinkers, betonstraatstenen, tegels en grasbetontegels op een zandbed) en halfverharding (grind, steenslag, schelpen of gebonden halfverharding). Ze verschillen in draagvermogen, onderhoud, opneembaarheid en in hoeveel regenwater ze doorlaten.
Hieronder leest u hoe de soorten zijn opgebouwd, hoe ze zich onderling verhouden en welke terreinverharding gangbaar is per toepassing. Vezels spelen alleen bij gesloten verharding een rol: aramidevezel in asfalt en macrovezels in gestort beton. Bij klinkers, tegels en halfverharding voegen ze niets toe.
Soorten verharding: gesloten, open en halfverharding
De gangbare indeling van terreinverharding volgt de opbouw van de bovenste laag. Bij een gesloten verharding is dat één doorgaande, gebonden laag van asfalt of beton. Bij een open verharding liggen losse elementen naast elkaar, met voegen ertussen. Bij een halfverharding bestaat de toplaag uit onsamenhangend korrelmateriaal zoals grind of steenslag. Deze driedeling vindt u terug in bestekken, in lesmateriaal voor de grond-, weg- en waterbouw en in regels van gemeenten en waterschappen over verhard oppervlak.
Daarnaast wordt verharding vaak naar materiaal ingedeeld: asfalt, beton, elementen en halfverharding. Beide indelingen sluiten op elkaar aan, want asfalt en beton vormen samen de gesloten verharding. Een bijzondere variant is de gestabiliseerde verharding, waarbij de aanwezige of aangevoerde grond met cement, kalk of polymeren tot een draagkrachtige laag wordt verwerkt. Het overzicht hieronder zet de soorten naast elkaar.
| Soort verharding | Voorbeelden | Typische toepassing | Waterdoorlatend | Rol van vezels |
|---|---|---|---|---|
| Gesloten verharding: asfalt (KWS) | Dicht asfaltbeton (DAB), steenmastiekasfalt (SMA), ZOAB | Wegen, bedrijfs- en distributieterreinen, parkeerterreinen, erven | Nee; bij ZOAB loopt water door de open deklaag naar de zijkant, de onderlagen zijn dicht | Aramidevezel in het mengsel vertraagt spoor- en scheurvorming |
| Gesloten verharding: beton | Gestort beton met voegen, doorgaand gewapend beton, vezelbeton, prefab betonplaten | Erven, kuilvoerplaten, laad- en loszones, busbanen, rotondes | Nee | Macrovezels beperken de wijdte van krimp- en belastingsscheuren; microvezels gaan plastische krimpscheuren tegen. In constructief werk alleen na berekening door de constructeur |
| Open verharding (elementenverharding) | Klinkers, betonstraatstenen, tegels, natuursteen, kasseien, grasbetontegels | Woonstraten, opritten, pleinen, trottoirs, bermen | Deels, via de voegen; grasbetontegels en waterdoorlatende stenen meer | Geen |
| Halfverharding | Grind, steenslag, schelpen, menggranulaat, gebonden halfverharding | Wandel- en fietspaden, landwegen, licht belaste parkeerplaatsen, tijdelijke verharding | Grotendeels; gebonden varianten minder | Geen |
Welke soorten wegverharding zijn er?
Wegverharding is in vier hoofdsoorten in te delen: asfaltverharding, betonverharding, elementenverharding en halfverharding. Asfalt en beton zijn gesloten verhardingen; elementen vormen de open verharding en grind, steenslag en schelpen de halfverharding. Elke soort heeft zijn eigen plek in het wegennet.
Bij asfalt kiest de wegbeheerder de deklaag per situatie: ZOAB is de gangbare deklaag op snelwegen vanwege geluidsreductie en waterafvoer, steenmastiekasfalt (SMA) is spoorvast en ligt veel op drukke wegen, en dicht asfaltbeton (DAB) is een veelgebruikte deklaag op gemeentelijke en provinciale wegen. Betonverharding, als platen met deuvels in de voegen of als doorgaand gewapend beton, vindt u op busbanen, rotondes en zwaar belaste bedrijfsterreinen. Elementenverharding ligt vooral in woonstraten en op erftoegangswegen binnen de bebouwde kom, en halfverharding op landwegen en recreatieve wandel- en fietspaden.
Gesloten verharding: asfalt en beton
Een gesloten verharding is een doorgaande, gebonden laag zonder losse delen: asfalt, waarin bitumen de steenslag en het zand bindt, of beton, waarin cement dat doet. Beton krijgt wel zaag- of dilatatievoegen om krimp en temperatuurbeweging te sturen, maar blijft een samenhangende plaat. Prefab betonplaten, zoals erfverhardingsplaten, zitten ertussenin: grote betonnen elementen die als gesloten vlak functioneren, maar wel op te nemen zijn. Gesloten verharding is sterk en vlak en verdraagt zwaar en draaiend verkeer beter dan elementen of halfverharding.
De keerzijde: door een gewone gesloten verharding zakt geen regenwater, dus afschot en afvoer zijn nodig, en voor kabels of leidingen moet de verharding worden opengezaagd in plaats van opgenomen.
Asfaltverharding (KWS-verharding)
Asfalt is een flexibele verharding die in lagen wordt opgebouwd: op een fundering, bijvoorbeeld van menggranulaat, komt een onderlaag, eventueel een tussenlaag, en daarop een deklaag die het verkeer en het weer opvangt. In bestekken en in de praktijk heet asfalt ook wel KWS-verharding: KWS staat voor koolwaterstofhoudende stoffen, de bitumen die het mengsel bindt. Asfalt is snel aan te leggen, kort na het verdichten en afkoelen berijdbaar, en geeft een vlak en relatief stil oppervlak.
De zwakke plek van asfalt op terreinen is spoorvorming: langzaam, zwaar en draaiend verkeer drukt het asfalt bij hoge temperaturen weg, vooral in laad- en loszones, bij inritten en op erven waar trekkers en shovels steeds op dezelfde plek draaien. Daarnaast ontstaan scheuren door vermoeiing en temperatuurwisselingen.
Daar komt vezelversterkt asfalt in beeld. AsphaltX, een vezelmengsel van aramide (Twaron) en polyolefine van circa 19 mm, wordt met 500 gram per ton in de asfaltcentrale meegemengd, zonder aanpassing van de receptuur of de legapparatuur. Op de provinciale weg N337 gaf dat over 8 km na monitoring 50% minder spoorvorming en 30% minder scheurvorming dan het referentievak.
Betonverharding
Beton is een stijve verharding die de last over een groot oppervlak spreidt. Er zijn vier gangbare uitvoeringen: platen met voegen (vaak met deuvels die de platen verbinden), doorgaand gewapend beton zonder dwarsvoegen, gestort vezelbeton zonder wapeningsnet en prefab betonplaten. Betonverharding verdraagt stilstaande zware lasten en puntlasten, zoals opleggers op hun steunpoten en containers, beter dan asfalt en vraagt weinig onderhoud. Ze stelt wel eisen aan de ondergrond: beton breekt als de fundering eronder verzakt, en herstel is ingrijpender dan bij asfalt. Hoe de plaatdikte volgt uit belasting en ondergrond, leest u in hoe dik een betonvloer moet zijn.
In gestort beton kan een macrovezel het wapeningsnet vervangen; welke vezel waar past, staat verderop bij de vezels in gesloten verharding.
Erfverharding en erfverhardingsplaten
Erfverharding komt er als gestort beton, als prefab erfverhardingsplaten (een vaak genoemd formaat is 2 bij 2 meter en 14 cm dik) of als asfalt. Bij platen is de structuur van het oppervlak een bewuste keuze: een gebezemde, stroeve structuur geeft vee en machines grip maar is lastiger schoon te houden, een gladde afwerking veegt makkelijker maar wordt nat sneller glad. Omdat platen minder vlak liggen dan een gestorte vloer, vragen ze meer afschot: in landbouwvoorlichting wordt 1 tot 1,5% genoemd voor platen en voor asfalt, tegen 0,75 tot 1% voor een gestort betonerf. Plaatdikte en vezeldosering per toepassing staan in erfverharding in vezelbeton.
Open verharding en elementenverharding
Elementenverharding (ook elementverharding, open verharding of bestrating genoemd) bestaat uit losse elementen: gebakken klinkers, betonstraatstenen, betontegels, natuursteen of kasseien (in Nederland ook kinderkopjes). Ze liggen in een zandbed op een fundering van zand of granulaat, en een kantopsluiting van opsluitbanden of trottoirbanden houdt het geheel op zijn plaats. De draagkracht komt uit de combinatie van fundering, zandbed, legverband en ingeveegd voegzand.
Het grote voordeel is opneembaarheid: voor kabels en leidingen, of na een verzakking, worden de elementen opgenomen en opnieuw gelegd, en ze zijn herbruikbaar. Via de voegen laat een elementenverharding een deel van het regenwater door, en bij een gaslek hoopt het gas zich niet op onder een dichte laag. De nadelen: meer rolgeluid en minder vlak dan asfalt of beton, onkruid in de voegen, en onder zwaar draaiend verkeer kunnen stenen gaan schuiven en kan het zandbed uitwijken. Daarom ligt elementenverharding vooral in woonstraten, op opritten, pleinen en trottoirs. Voor zwaar verkeer bestaan dikkere betonstraatstenen in keperverband op een zware fundering, onder meer op containerterminals; op erven met draaiende shovels kiest men meestal een gesloten verharding.
Vezels spelen in een elementenverharding geen rol: er is geen gestorte laag om te versterken. Zwaarder belastbaar wordt een klinkerverharding via de fundering, de dikte van de elementen en het legverband.
Bermverharding en grasbetontegels
Voor bermen, uitwijkplaatsen en opstelplaatsen waar af en toe een voertuig staat of uitwijkt, is bermverharding de gangbare oplossing: grasbetontegels, kunststof grastegels of een strook steenslag. Het groene karakter blijft, regenwater zakt door de open cellen in de bodem en de berm wordt bij nat weer niet stukgereden. Voor dagelijks zwaar verkeer is het draagvermogen te beperkt.
Halfverharding: grind, steenslag, schelpen en gebonden halfverharding
Halfverharding is een verharding van onsamenhangend korrelmateriaal dat meer draagkracht geeft dan de oorspronkelijke grond, zonder gebonden laag zoals bij asfalt of beton. De gangbare soorten halfverharding zijn:
• Grind: ronde korrels, waterdoorlatend, maar loopt onder banden en voeten makkelijk weg.
• Steenslag: gebroken natuursteen; de hoekige korrels haken in elkaar en geven meer stabiliteit dan grind.
• Schelpen: licht van kleur en veel gebruikt voor voetpaden en toeristische fietspaden.
• Menggranulaat: gebroken puin van beton en metselwerk, ook veel gebruikt als fundering onder andere verhardingen.
• Gebonden halfverharding: halfverharding met een bindmiddel, met een veel hogere draagkracht dan losgestort materiaal en minder losliggende korrels en gaten.
Halfverharding is de klassieke padverharding: wandelpaden, landgoedpaden, ruiterpaden en recreatieve fietspaden. Een fietspad met dagelijks veel fietsers krijgt meestal asfalt of beton, omdat halfverharding bij regen en droogte minder comfortabel rijdt. Op bouwterreinen dient menggranulaat vaak als tijdelijke verharding; wanneer tijdelijk asfalt de betere keuze is, leest u bij tijdelijke bouwwegen.
De voordelen: halfverharding is goedkoop in aanleg en laat regenwater grotendeels in de bodem zakken. De nadelen: ze vraagt vaker onderhoud (aanvullen, egaliseren, kuilen dichten), geeft stof bij droog weer en is minder geschikt voor zwaar en draaiend verkeer, omdat het materiaal wegdrukt. Vezels hebben in halfverharding geen rol: de stabiliteit komt uit de korrelopbouw, de verdichting en bij gebonden halfverharding uit het bindmiddel.
Soorten wegverharding vergelijken: draagvermogen, geluid, onderhoud en water
Welke soort wegverharding of terreinverharding past, hangt af van vier eigenschappen: het draagvermogen bij de verwachte belasting, het rijcomfort en de stroefheid, de geluidsproductie en het onderhoud over de levensduur. Daar komt de waterhuishouding bij. Asfalt scoort goed op comfort en geluid en is snel aan te leggen, beton draagt de zwaarste belasting met het minste onderhoud, elementen zijn opneembaar en herbruikbaar, en halfverharding is goedkoop en waterdoorlatend maar alleen geschikt voor licht gebruik. De draagkracht hangt bij elke soort mede af van de fundering eronder.
| Soort verharding | Draagvermogen | Rijcomfort en geluid | Onderhoud en herstel | Opneembaar en herbruikbaar |
|---|---|---|---|---|
| Asfaltverharding | Hoog, afhankelijk van laagopbouw en fundering | Vlak en stil; (tweelaags) ZOAB en dunne geluidsreducerende deklagen zijn het stilst | Deklaag periodiek vervangen; lokaal herstel blijft zichtbaar | Niet als losse delen; freesasfalt is herbruikbaar in nieuw asfalt |
| Betonverharding | Zeer hoog, ook bij stilstaand zwaar verkeer en puntlasten | Goed, maar voegen en textuur geven meer rolgeluid dan ZOAB | Weinig onderhoud; herstel is ingrijpender | Niet als losse delen (prefab platen wel); betongranulaat is herbruikbaar |
| Elementenverharding | Middel tot hoog, sterk afhankelijk van zandbed en fundering | Minder vlak, meer rolgeluid | Plaatselijk herstraten bij verzakking; voegen bijvullen | Ja, elementen zijn opnieuw te leggen |
| Halfverharding | Laag (gebonden halfverharding hoger) | Oneffen, stof bij droog weer | Regelmatig aanvullen en egaliseren | Ja, materiaal is te herprofileren |
Regenwater: welke verharding laat water door?
Een gewone gesloten verharding laat geen regenwater door: het water loopt via afschot naar goten, kolken, een greppel of een wadi. Uitzonderingen zijn open asfalt zoals ZOAB, waarbij het water door de deklaag naar de zijkant loopt, en speciaal waterdoorlatend beton. Elementenverharding laat een deel door via de voegen, waterdoorlatende stenen en grasbetontegels meer. Halfverharding laat het meeste water in de bodem zakken, gebonden halfverharding iets minder. Omdat hevige buien vaker voorkomen, letten gemeenten en waterschappen steeds meer op verhard oppervlak en de afvoer van hemelwater. Vraag bij een nieuw of groter verhard oppervlak dus bij de gemeente na wat er geldt.
Ook hitte speelt mee: bestrating zet uit en kan beschadigen, en een donkere verharding warmt sterk op. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland noemt lichte steentjes in asfalt of beton en een harder bitumen als maatregelen; hoe vezels spoorvorming in warme zomers tegengaan, leest u in hittebestendig asfalt.
Welke terreinverharding kiest u per toepassing?
De keuze van een terreinverharding volgt uit vijf vragen: welke belasting komt erop (het zwaarste voertuig, rijdend, draaiend of stilstaand), hoe intensief is het gebruik, moet de verharding opneembaar zijn, waar blijft het regenwater, en wat mogen aanleg en onderhoud over de levensduur kosten. De tabel geeft de gangbare keuze per toepassing.
| Terrein of toepassing | Gangbare verharding | Waar het op aankomt | Rol van vezels |
|---|---|---|---|
| Erf en kavelpad (agrarisch) | Gestort beton, betonplaten of asfalt | Draaiende shovels en trekkers, mest- en kuilsappen, afschot | Macrovezel (TwistR, Wiking) in gestort beton; aramidevezel in asfalt |
| Bedrijfsterrein met laad- en loszone | Beton, of asfalt bij een groot oppervlak | Stilstaande en draaiende vrachtwagens, puntlasten | Macrovezel of staalvezel in beton (dosering volgens berekening); aramidevezel tegen spoorvorming in asfalt |
| Distributie- en parkeerterrein | Asfalt, beton bij zware belasting | Optrekken, remmen en draaien, spoorvorming | Aramidevezel in asfalt; macrovezel in betonverharding |
| Oprit bij een woning | Klinkers, asfalt, beton of grind | Opneembaarheid, uitstraling, budget | Alleen bij een gestorte betonnen oprit: macrovezel in plaats van het net, eventueel aangevuld met een krimpvezel tegen plastische krimpscheuren |
| Wandel- en fietspad | Halfverharding, asfalt of beton | Comfort, wortelopdruk, beheer | Macrovezel en krimpvezel bij een betonnen fietspad |
| Berm en opstelplaats | Grasbetontegels, grastegels, steenslag | Af en toe een voertuig, groen karakter, water | Geen |
| Tijdelijke bouwweg | Rijplaten, menggranulaat of asfalt | Zware bouwlogistiek, later weer verwijderen | Aramidevezel in tijdelijk asfalt |
| Versleten asfaltterrein | Overlagen, frezen en herasfalteren, of white topping | Is de fundering nog gezond? | Vezelbeton als dunne betonlaag over het oude asfalt (white topping) |
Dikte en kosten per terrein
De dikte en vezeldosering van een betonnen erf vindt u bij vezelbeton in de agrarische sector, de afweging tussen asfalt en beton op maaiveld bij vezelversterking voor parkeerterreinen en de keuze tussen rijplaten, menggranulaat en asfalt bij zware bouwwegen. Dikte en prijs van een betonnen oprit staan in het artikel over terrassen en opritten zonder wapeningsnet. Hoe een fietspad in asfalt of beton is opgebouwd, staat in ons artikel over fietspadverharding.
Wat asfalt kost en hoe klinkers en beton zich daartoe verhouden, staat in asfaltprijzen per m²; de prijs van een betonverharding volgt uit de betonprijs per m³.
Waar vezels het verschil maken in gesloten verharding
Asfalt. Op distributie-, parkeer- en bedrijfsterreinen, erven en bouwwegen is spoorvorming het grootste risico. AsphaltX is geschikt voor ZOAB, SMA en dicht asfalt; de aramide smelt niet in het hete mengsel. Een voorbeeld met zwaar landbouwverkeer is de weg voor zwaar agrarisch verkeer in Witmarsum: in 2018 aangelegd met 600 ton vezelversterkt asfalt en volgens de gemeente jaren later nog in goede staat, zonder bijzondere schadebeelden.
Beton. In gestort beton voor erven, wasplaatsen, bushaltes en bedrijfsterreinen vervangen macrovezels het wapeningsnet in niet-constructief werk: geen net leggen en op afstandhouders zetten, en de vezels zitten door het hele betonvolume. TwistR, een polypropyleen macrovezel van 48 mm (2,0 tot 6,0 kg/m³), wordt onder meer toegepast in erfverhardingen, fietspaden, bushaltes en wasplaatsen. Wiking 4050 TR (polyolefine, 48 mm, 2 tot 6 kg/m³) is bedoeld voor ruwe en agrarische betonvlakken. Bij zeer zware belasting kan een staalvezel als MPWG HT+ 50/0.90 de betere keuze zijn, met een dosering volgens berekening. Is de verharding constructief, dan bepaalt de constructeur of en hoeveel vezels de wapening vervangen; wanneer kunststofvezelbeton de juiste keuze is, staat in een apart artikel. Tegen plastische krimpscheuren in de eerste uren na het storten, bij buitenvlakken die in zon en wind snel uitdrogen, helpt een microvezel als Promicro (0,6 tot 1,0 kg/m³). Promicro is niet constructief; meer daarover leest u in krimpscheuren voorkomen.
Renoveren. Is een asfaltterrein versleten maar de fundering nog gezond, dan kan een dunne laag vezelbeton over het bestaande asfalt het terrein een tweede leven geven, zonder het oude asfalt eerst volledig af te voeren. Die techniek heet white topping.
Gaat u een gesloten terreinverharding aanleggen of vernieuwen, bereken dan met de vezelcalculator een eerste hoeveelheid, bekijk de documenten en datasheets of vraag een offerte aan. Vermeld daarbij de soort terrein, de belasting met het zwaarste voertuig, de ondergrond, de laagdikte en of het om asfalt of beton gaat. Meer toepassingen in de buitenruimte vindt u bij toepassingen en doelgroepen.
Veelgestelde vragen
- Wat is terreinverharding?
- Terreinverharding is de verharding van een erf, bedrijfsterrein, parkeerterrein, pad of berm, zodat het terrein ook bij nat weer berijdbaar en beloopbaar is. Er zijn drie soorten: gesloten verharding (asfalt en beton), open of elementenverharding (klinkers, betonstraatstenen, tegels, grasbetontegels) en halfverharding (grind, steenslag, schelpen, gebonden halfverharding).
- Welke soorten wegverharding zijn er?
- Er zijn vier hoofdsoorten wegverharding: asfaltverharding (dicht asfaltbeton, SMA en ZOAB), betonverharding (betonplaten of doorgaand gewapend beton), elementenverharding (klinkers, betonstraatstenen, tegels en natuursteen) en halfverharding (grind, steenslag en schelpen). Asfalt en beton zijn samen de gesloten verharding en dragen zwaar verkeer; elementen zijn opneembaar en passen in woonstraten; halfverharding is bedoeld voor licht gebruik zoals voet- en fietspaden.
- Wat is gesloten verharding?
- Gesloten verharding is een doorgaande, gebonden laag van asfalt of beton. Ze is draagkrachtig en vlak en geschikt voor zwaar en draaiend verkeer, maar laat in de regel geen regenwater door en is niet als losse delen op te nemen. Bij gesloten verharding kunnen vezels wel een rol spelen: aramidevezel in asfalt en macrovezels in gestort beton.
- Wat is het verschil tussen gesloten en open verharding?
- Een gesloten verharding is een doorgaande laag van asfalt of beton: draagkrachtig, vlak en in de regel niet waterdoorlatend. Een open verharding of elementenverharding bestaat uit klinkers, betonstraatstenen, tegels of grasbetontegels op een zandbed; ze laat via de voegen wat water door en is op te nemen voor kabels en leidingen, maar is minder geschikt voor zwaar draaiend verkeer. Halfverharding is de lichtste en meest waterdoorlatende variant.
- Wat is elementenverharding?
- Elementenverharding is verharding van losse elementen, zoals gebakken klinkers, betonstraatstenen, tegels, natuursteen, kasseien of grasbetontegels, gelegd in een zandbed op een fundering en opgesloten door banden. De elementen zijn op te nemen en opnieuw te leggen, maar geven meer rolgeluid dan asfalt of beton.
- Welke soorten halfverharding zijn er?
- De gangbare soorten halfverharding zijn grind, steenslag (gebroken natuursteen), schelpen, menggranulaat (gebroken puin) en gebonden halfverharding met een bindmiddel. Halfverharding is goedkoop in aanleg en waterdoorlatend, maar vraagt vaker onderhoud en is alleen geschikt voor licht verkeer, zoals wandel- en fietspaden en landwegen.
- Wat betekent KWS-verharding?
- KWS staat voor koolwaterstofhoudende stoffen, de bitumen die asfalt bindt. KWS-verharding is daarom een bestekterm voor asfaltverharding, een gesloten verharding die in lagen wordt aangebracht.
- Kun je vezels toevoegen aan klinkers of halfverharding?
- Nee. Bij klinkers, tegels en halfverharding komt de draagkracht uit de fundering, het zandbed en de korrelopbouw; er is geen gestorte laag om te versterken. Vezels werken in gesloten verharding: aramidevezel AsphaltX in asfalt tegen spoor- en scheurvorming, en macro- en krimpvezels in gestort beton.
Deel dit artikel
Genoemde producten

AsphaltX®
2000 filamenten per aramide-streng — 19 miljoen vezels per ton asfalt. Laagste CO₂-voetafdruk, Europese productie.
- TypeVezelmengsel aramide (Twaron®) + polyolefine
- Lengte± 19 mm
- TreksterkteTwaron 3000 MPa · polyolefine 483 MPa
- Soortelijk gewichtTwaron 1,45 · polyolefine 0,91 g/cm³
Meest gekozenTwistR® GREEN HYBRID
TwistR® GREEN HYBRID: constructieve macrovezel van 100% polypropyleen. Vervangt wapeningsstaal in vloeren, verhardingen en prefab, zonder vlechtwerk.
- TypeHybride: getwist monofilament + fibrillerende netwerkvezel
- MateriaalPolypropyleen
- Lengte48 mm
- Dosering2,0 – 6,0 kg/m³
Palletprijs op aanvraag

Wiking 4050 TR
Hoogwaardige polyolefine macrovezel, bij uitstek geschikt voor ruwe vloeren — een sterk en kostenefficiënt alternatief voor staalwapening.
- TypeMonofilament
- MateriaalPolyolefine
- Lengte48 mm
- Diameter700 µm
Palletprijs op aanvraag

MPWG HT+ 50/0.90
MPWG HT+ 50/0.90: verlijmde staalvezels met eindhaken, 50 mm lang, Ø 0,90 mm, trekvastheid 2100 N/mm². Voor tunnels, funderingen, prefab en zware vloeren.
- TypeGetrokken staalvezel met haken (verlijmd)
- Afmeting50 mm / Ø 0,90 mm
- Trekvastheid2100 N/mm² ± 7,5%
- Prestatieklasse56
Palletprijs op aanvraag